Vraag en Antwoord

Ik wil mijn vader graag zien. Mag dat? (jongen, 10 jaar, leefgroep)

Ieder kind heeft recht om zijn ouders te zien. Echter het kan zo zijn dat het soms niet goed is voor een kind om zijn vader en/of moeder te zien. Hier moet dan wel een goede reden voor zijn. Jouw moeder of je gezinsvoogd zal hierover beslissen. Je kan deze vraag voorleggen aan jouw mentor. Jullie kunnen dan samen overleggen met je moeder of gezinsvoogd welke mogelijkheden er zijn.

Ik woon in een kamertrainingscentrum. De groepsleiding vertelt dingen door aan mijn ouders terwijl ik dat niet wil. Mag dat? (jongen, 16 jaar)

Vanaf 16 jaar heb je een stem in welke informatie de groepsleiding aan je ouders verstrekt. Indien jij niet wilt dat de groepsleiding informatie doorgeeft aan je ouders, mogen zij dit in principe ook niet doen. Omdat jij in een hulpverleningsinstantie zit, is dit soms wel moeilijk. Als het gaat over bijvoorbeeld betalingen voor school, dan moet de groepsleiding wel wat informatie aan je ouders geven. Het is goed om met je mentor te overleggen, over wat ze wel of niet van jou mogen vertellen aan je ouders en hierover afspraken te maken en dit schriftelijk vast te leggen, zodat er geen misverstanden ontstaan.

Ik heb een gezinsvoogd maar ik zie hem nooit. Hoort dat zo? (meisje 15 jaar)

Nee. Als je een gezinsvoogd hebt, dan hoort de gezinsvoogd minimaal eenmaal in de 6 weken contact met je te zoeken. Dat kan telefonisch zijn maar ook persoonlijk. Een gezinsvoogd hoort zicht te houden op hoe het met je gaat en hoe het verder moet met jou. Als jij vindt dat je de gezinsvoogd te weinig ziet dan kun je dat tegen hem/haar zeggen. Als je dat niet alleen durft kan je jouw mentor van de groep vragen om je hierbij te helpen. Je kunt ook contact opnemen met de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon kan je hierbij ook ondersteunen.

Mijn moeder heeft hulp voor mij en haar gezocht bij Bureau Jeugdzorg. Nu willen we ermee stoppen maar nu zegt Jeugdzorg dat ze naar de Raad voor de Kinderbescherming gaan. Dat kan toch niet want we hebben zelf om hulp gevraagd? (meisje 16 jaar)

De ambulante afdeling waar jouw moeder hulp heeft gezocht is inderdaad vrijwillig. Het kan echter zo zijn dat deze hulpverlener, een casemanager zoals ze genoemd worden, zich ernstige zorgen maakt over hoe het met jou gaat. In eerste instantie zal de hulpverlener dit met jullie bespreken. Als jullie deze zorgen niet delen of hier niets mee willen doen, dan kan een casemanager besluiten naar de Raad voor de Kinderbescherming te gaan. Dit is ook een taak van Bureau Jeugdzorg. De Raad voor de Kinderbescherming doet dan onderzoek en bekijkt of gedwongen hulpverlening noodzakelijk is (hierbij kun je denken aan een ondertoezichtstelling).

Ik heb een casemanager van Bureau Jeugdzorg maar ik zie haar nooit. Ik weet ook eigenlijk niet waar ze voor is. Soms zit ze bij een bespreking van een behandelplan. Waar is zij voor? (jongen, 14 jaar)

De taak van de casemanager is het volgen en evalueren van de zorg die aan jou wordt verleend. De casemanager is geen hulpverlener. De casemanager draagt zorg voor de indicatie (dit is de aanwijzing en aanvraag van de juiste hulp) van de plek waar jij woont. Zonder deze indicatie kun je daar niet wonen.

De casemanager is eigenlijk alleen maar op de achtergrond aanwezig en heeft als belangrijkste taak er voor te zorgen dat de indicatie er is en dat het verlengd wordt als dit nodig is. De casemanager is in de meeste gevallen dus niet actief aanwezig en dus zie je hem ook niet vaak. De casemanager is wel bij een behandelplanbespreking, om de hulpverlening te kunnen volgen en te evalueren. Indien bijvoorbeeld blijkt tijdens de behandelbespreking dat het beter voor je is als je overgeplaatst wordt naar een andere instelling dan is het de taak van de casemanager hiervoor te zorgen, door een nieuwe indicatieaanvraag in te dienen.

Een casemanager bekijkt dus in eerste instantie welke hulp nodig is. Vervolgens wordt op basis hiervan een indicatieaanvraag ingediend. De uitvoering van de hulpverlening wordt overgenomen door de instelling waar jij verblijft of hulp van krijgt. Met andere woorden deze instelling zal met jou de hulpverlening voorzetten.

In sommige gevallen voert de casemanager 5 gesprekken met bijvoorbeeld jouw ouders en jou. Dat is  ondersteuning die de casemanager kan bieden. De casemanager mag echter niet meer dan dit doen. Als er meer nodig is dan moet de casemanager hiervoor een indicatie aanvraag indienen. 

Ik zit op een leefgroep maar weet eigenlijk niet waar ik aan werk en wat er gaat gebeuren. Hoe kom ik daar achter? (jongen, 15 jaar)

Er dient binnen 6 weken nadat je op de groep bent komen wonen een plan van aanpak te zijn opgesteld samen met jou. Hierin staat wat je wilt bereiken en hoe je daar aan gaat werken. Als je dit plan nog niet hebt en je woont er al 6 weken dan kun je bij je mentor aangeven dat je zo’n plan wilt hebben.

Ik woon in een leefgroep. De groepsleiding houdt mijn zakgeld als straf in. Soms krijg ik weken lang geen geld. Ik krijg het ook niet achteraf. Mag dat? (meisje 12 jaar, leefgroep)

Iedere bewoner heeft recht op zakgeld. Het zakgeld mag dan ook niet als straf ingehouden worden. Het is niet juist dat jij al weken lang geen geld hebt gekregen. Het kan voorkomen dat de groepsleiding het zakgeld enkele dagen inhoudt, maar de groepsleiding moet het je dan wel geven. Er zal dan ook met jou gekeken dienen te worden, waarom je straf hebt gekregen en welke andere straf er moet komen. Je kunt dit met de mentor van je groep bespreken. Durf je dit niet dan kun je ook contact opnemen met de vertrouwenspersoon. 

Er is een ondertoezichtstelling uitgesproken. Hoelang kan ik daar onder staan? (meisje, 15 jaar, woont thuis)

Een ondertoezichtstelling wordt meestal voor een jaar uitgesproken door de kinderrechter. De ondertoezichtstelling wordt uitgevoerd door Bureau Jeugdzorg. Er wordt een contactpersoon aangewezen, de gezinsvoogd. Indien de gezinsvoogd vindt dat de ondertoezichtstelling weer met een jaar verlengd moet worden kan hij opnieuw een verzoek indienen bij de kinderrechter. De gezinsvoogd zal dit doen als de situatie waardoor de ondertoezichtstelling is uitgesproken niet is verbeterd. Dit verzoek dient de gezinsvoogd met jou (aangezien je ouder bent dan 12 jaar) en met jouw ouders te bespreken. Jullie mening moet ook worden toegevoegd aan het verzoek. Vervolgens komt er een zitting bij de kinderrechter waar jij, jouw ouders en de gezinsvoogd door de kinderrechter gehoord worden. De kinderrechter beslist dan of het weer verlengd moet worden. De ondertoezichtstelling kan tot je 18e jaar lopen.

Ik krijg een Bijzonder Curator, wat is dat?

Dat is iemand die door de rechter wordt benoemd en een minderjarige vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld om geld te beheren, of om zorg te dragen voor de opvoeding. Wil je meer weten kijk dan onder informatie. Daar hebben we veel informatie over de Bijzonder Curator in een bijlage gezet.