Vraag en Antwoord

Ik wil mijn vader graag zien. Mag dat? (jongen, 10 jaar, leefgroep)

Ieder kind heeft recht om zijn ouders te zien. Echter het kan zo zijn dat het soms niet goed is voor een kind om zijn vader en/of moeder te zien. Hier moet dan wel een goede reden voor zijn. Jouw moeder of je gezinsvoogd zal hierover beslissen. Je kan deze vraag voorleggen aan jouw mentor. Jullie kunnen dan samen overleggen met je moeder of gezinsvoogd welke mogelijkheden er zijn.

Ik word soms heel hard vastgepakt door de groepsleiding. Dan doet het veel pijn. Wat kan ik doen? (meisje 9 jaar, leefgroep)

Een groepsleider mag jou niet zomaar hard vastpakken. Maar soms ben je zó kwaad, dat de groepsleiding je vastpakt om te voorkomen dat je jezelf verwondt. Daar zijn afspraken over. De manier waarop je wordt vastgepakt mag niet nodeloos hard zijn of pijn doen en moet er voor zorgen dat jou toch niets overkomt. Als je vind dat je te hard bent aangepakt kun je daar het beste met je mentor over praten. Ook kun je de vertrouwenspersoon daarover vragen stellen.

De groepsleiding bepaalt de regels of ze nu op papier staan of niet. Mag dat? (meisje 10 jaar, leefgroep).

De regels die op papier staan zijn de regels die gelden. Maar dat is slechts een basis. Lang niet alle regels kunnen van tevoren op papier gezet worden. Er blijven altijd dingen over waar de groepsleiding op dat moment een beslissing over moet nemen. Ben je het niet eens met een beslissing van de groepsleiding, dan kun je dat met je mentor bespreken. Bij dat gesprek mag je de hulp inroepen van een vertrouwenspersoon. Een groepsleider kan de regels niet zomaar zelf veranderen. De regels kunnen alleen veranderd worden als het in de huisvergadering besproken is. Algemene regels die voor meerdere groepen gelden kun je ook bespreken in de jongerenraad.

Ik ben het niet eens met de bedtijden op de groep waar ik woon. Wat kan ik doen? (jongen, 11 jaar, leefgroep)

Vraag eens aan de andere kinderen op je groep, wat zij er van vinden. Samen kun je dan in de bewonersvergadering vragen stellen. Dan zeg je wat jullie ervan vinden. Je kunt dan ook zeggen wat jullie willen.

Ik ben een aantal maanden uithuis geplaatst geweest, Ik woon nu weer thuis. Ik ben alleen zo bang dat ik weer weg moet. Wat kan ik doen? (Jongen 10 jaar, Boddaert)

Het is belangrijk dat je probeert te begrijpen waarom je uithuis geplaatst bent. Want dat is gedaan in jouw belang. Je mentor van het Boddaert, je plaatser van jeugdzorg, je gezinsvoogd of je ouders kunnen je dat vertellen. Dan weet je ook of de kans bestaat dat de problemen terugkomen of niet en wat jij zelf kunt doen om dat te voorkomen. Toch kun je een uithuisplaatsing niet altijd voorkomen. Want soms zijn er redenen waarom je even niet thuis kunt wonen waar jij zelf niets aan kan doen. Dan is het goed, dat er in ieder geval een plek is waar je veilig heen kunt.