Groepsbezoeken

Groepsbezoeken aan jongeren in jeugdhulpinstanties

Onze vertrouwenspersonen gaan op jaarbasis ruim 12.000 keer op bezoek in gesloten, open en gezinsgerichte instanties. Zij gaan actief in gesprek met de jongeren op de groep tijdens hun bezoek. Hiervoor is geen toestemming nodig van een medewerker. Voor een-op-een gesprekken wordt een aparte plek gezocht. Dit kan hun kamer zijn, een spreekkamer bij de groep, het kantoor van de medewerkers, buiten in de tuin, of een andere plek. Het kan voorkomen dat in het kader van de veiligheid (bijvoorbeeld bij agressief gedrag) de medewerker inschat dat het niet wenselijk is dat de vertrouwenspersoon met de jongere alleen in een kamer verblijft. Op dat moment wordt gezocht naar de best passende alternatieve optie. Dan blijft er bijvoorbeeld een medewerker in de buurt, maar wel buiten directe gehoorafstand. De vertrouwenspersoon kan ook altijd een afspraak maken met de jongere om het vertrouwelijke gesprek op een ander tijdstip of plaats voort te zetten, of zoekt de jongere tijdens het volgende bezoek opnieuw op. In sommige instellingen krijgt de vertrouwenspersoon ook een alarmpieper mee.

Kinderen en jongeren hebben ook géén toestemming nodig van een medewerker om met een vertrouwenspersoon te praten buiten de bezoekuren om. Als de jongeren (bijvoorbeeld in de gesloten setting) geen eigen telefoon heeft, dan moet een jongere die contact wil opnemen met de vertrouwenspersoon om een telefoon vragen aan de medewerker. Dit verzoek mag niet worden geweigerd. De jongere kan ook dan even naar zijn kamer of een andere plek gaan om te bellen. Het kan voorkomen dat de jongere dan geen vertrouwelijke plek heeft om te bellen. In dat geval kan de vertrouwenspersoon een afspraak maken met de jongere om langs te komen op de groep.

Dat jongeren moeten vragen om een telefoon waarmee ze kunnen bellen met de vertrouwenspersoon, is niet optimaal, omdat het kan voorkomen dat jongeren toch geen telefoon ter beschikking krijgen. Juist daarom is het ook zo belangrijk dat vertrouwenspersonen wekelijks op de groepen zijn en de jongeren actief opzoeken.

Werkwijze in het kort

  • De vertrouwenspersoon bezoekt jongeren in jeugdhulpinstellingen op vaste dagen en tijdstippen. Deze regelmatige aanwezigheid is essentieel; jongeren gaan alleen met iemand in gesprek die zij kennen.
  • Buiten deze bezoeken kunnen jongeren uiteraard ook altijd bellen, appen of mailen met de vertrouwenspersoon. De bedoeling is dat op elke groep of woonplek een poster van de vertrouwenspersoon hangt met daarop zijn of haar contactgegevens. De jongere mag altijd aan de medewerker vragen om vertrouwelijk te bellen met een vertrouwenspersoon.
  • Tijdens de bezoeken geeft de vertrouwenspersoon uitleg over de rechten en plichten van jongeren in de jeugdhulp. De vertrouwenspersoon weet precies wat de rechtspositie van de jongere is en kan daardoor de jongere goed informeren en ondersteunen.
  • Alle jongeren kunnen in een­-op-­een ­gesprekken met de vertrouwenspersoon vragen stellen over hun specifieke situatie. Regelmatig bespreken jongeren problemen die zij ervaren op hun woonplek, thuis, op school, of met andere jeugdhulporganisaties. Vaak vinden ze het prettig om te praten of sparren met iemand die niet vanuit de hulpverlening betrokken is.
  • Als een jongere ontevreden is of een klacht heeft, kan de vertrouwenspersoon hem of haar ter plekke ondersteunen. Tijdens bezoeken gaat een jongere regelmatig samen met de vertrouwenspersoon in gesprek met een medewerker of de groepsleider.
  • De jongeren vragen ook regelmatig ondersteuning aan de vertrouwenspersoon bij het bespreken van vragen of klachten met de gecertificeerde instelling, want ook voor vragen of klachten over jeugdbescherming kunnen jongeren bij de vertrouwenspersoon terecht.
  • Desgewenst ondersteunt de vertrouwenspersoon jongeren bij het indienen van een officiële klacht bij de externe klachtencommissie van de betrokken instantie.
  • Naast het informeren en ondersteunen van jongeren hebben de vertrouwenspersonen een signalerende taak. Daarbij maken zij gebruik van hun eigen waarnemingen tijdens de bezoeken. Als er opvallende zaken zijn met betrekking tot de rechtspositie van jongeren, bespreekt de vertrouwenspersonen dit met de instantie. Deze opvallende zaken kunnen gaan over de huisvesting, bejegening van de jongeren maar ook het toepassen van controlerende of vrijheidsbeperkende maatregelen die wettelijk niet zijn toegestaan. De vertrouwenspersoon kan ook in gesprek gaan met de instelling als er bijvoorbeeld in korte tijd meerdere klachten van verschillende jongeren zijn geweest over hetzelfde onderwerp.