Column: “Een pleeggezin is zó spannend voor een kind”

De Week van de Pleegzorg is in volle gang. Tijdens deze week vraagt Pleegzorg Nederland aandacht voor het belang van pleegzorg en het tekort aan pleegouders in Nederland. Vertrouwenspersoon Arianne Stalenhoef kan er over mee praten; ze is opgegroeid met een pleegzus en twee pleegbroers. Ook in haar werk bij het AKJ heeft ze met pleegouders en pleegkinderen te maken. En met kinderen zoals Mark, die een pleegzorgtraject in gaat. En daar héél veel vragen over heeft.

“Mark woont op een behandelgroep waar ik om de week op bezoek ga. Na een paar weken neemt de 11-jarige jongen me in vertrouwen. Al hakkelend vertelt hij wat hem dwars zit. Mark geeft aan dat hij soms denkt dat zijn moeder hem niet meer wil. Hij wordt hier zichtbaar verdrietig van. Bij doorvragen kom ik er achter dat hij af en toe nachtmerries heeft en dan droomt dat zijn moeder niet meer wil dat hij thuis komt wonen. Hij omschrijft dit zelf als ‘dat mijn moeder mij niet meer wil’. Mark vertelt me dat hij die nachtmerries heel naar vindt en er bang van wordt. We hebben samen bedacht wat hij kan doen als hij weer een nachtmerrie krijgt. Bijvoorbeeld aan welke leuke dingen hij allemaal kan denken voor hij gaat slapen. Of om samen met zijn moeder een boekje te maken waarin zij allebei leuke dingen schrijven. Hij kan het boekje dan lezen als hij zich bang of rot voelt. Daarnaast heb ik benadrukt dat hij er met zijn mentoren over kan praten en ook met hen ideeën kan bedenken om de nachtmerries te voorkomen. Tijdens mijn volgende groepsbezoeken hoor ik hem er niet meer over.

Een paar maanden later wil Mark mij graag even apart spreken. Hij vertelt dat hij weg mag van de groep, maar dat terug naar mama helaas niet kan. Het is fysiek te zwaar voor haar om nog voor hem te kunnen zorgen.. De gezinsvoogd heeft een pleeggezin voor Mark gevonden waar hij heen kan. Mark vindt dit erg spannend, want wat is een pleeggezin? Hij heeft geen idee wat hij kan verwachten. Wonen er nog meer kinderen? Kan ik daar ook buitenspelen? Hebben ze huisdieren? Mag ik mijn moeder of andere familie nog wel zien? Ga ik dan naar een andere school? Hij vuurt allerlei vragen op me af.

Ik denk eerst even na voordat ik antwoord geef. Ik kan Mark namelijk vertellen vanuit mijn thuissituatie hoe het is om in een pleeggezin op te groeien. Weliswaar niet als pleegkind, maar wel als pleegzus. Zelf vond ik het erg leuk om er twee broers en een zus te hebben. Het duurde best wel een tijdje voor we aan elkaar gewend waren. En het was ook echt niet altijd makkelijk. We hebben behoorlijk wat problemen moeten overwinnen. Door de enorme inzet en wilskracht van mijn ouders en een goed contact met de pleegzorgwerker is het voor ons als gezin een positieve ervaring geweest. Maar elk pleeggezin is anders.

Aan Mark vertel ik dat het in het begin altijd spannend is. Voor hem, maar óók voor de pleegouders en de kinderen in het gezin. Je gaat eerst met elkaar kennismaken. Je kan dan al je vragen stellen die je hebt. Mark hoopt dat ze een poes en een schommel hebben. Ik geef hem de tip om die vragen te stellen bij de kennismaking. Als hij bang is vragen te vergeten, kan hij alvast een lijstje maken van dingen die hij wil weten. Verder leg ik hem uit dat het lijkt op de groep waar hij nu woont. Dat hij net als op de groep ook elke dag samen eet, naar school gaat en kan spelen met andere kinderen. Ik benadruk dat je vooral de tijd mag nemen om aan elkaar te wennen. En dat het heel normaal is als je ook in het pleeggezin je moeder mist.

Mark is blij met mijn uitleg. Hij weet nu een beetje beter wat hij kan verwachten. Hij begrijpt ook dat geen enkele situatie hetzelfde is en dat hij zal moeten afwachten hoe het in zijn nieuwe pleeggezin zal zijn. Maar het helpt om dit besproken te hebben met iemand die ervaring heeft. Mark vindt het naar eigen zeggen ‘nog steeds spannend maar niet meer zo erg eng’. In gedachten wens ik hem een liefdevol pleeggezin toe waar hij lang kan blijven.”


De vertrouwenspersonen van het AKJ brengen jaarlijks tienduizenden groepsbezoeken aan kinderen in open en gesloten jeugdhulpinstellingen. Ook ondersteunen zij pleegkinderen en pleegouders die vragen of klachten hebben over gezinsvoogden of pleegzorgorganisaties.

Terug naar nieuwsoverzicht