Column: “Juist voor kinderen in de jeugdhulp zijn rechten belangrijk”

Dag van de Rechten van het Kind

Elk jaar staat 20 november in het teken van kinderrechten, het is dan ook Internationale ‘Dag van de Rechten van het Kind’. AKJ’er Caroline Rueb maakt vaak kinderen mee die geen idee hebben wat ze wel en niet mogen en die zich afvragen welke rechten zij nou eigenlijk hebben binnen de jeugdhulp. En dat steekt deze van-huis-uit juriste, inmiddels vertrouwenspersoon bij het AKJ en vraagbaak over juridische kwesties. Ze schreef er deze column over.

Caroline Rueb

“In 1989 werd op 20 november het Kinderrechtenverdrag aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Hiermee verplichten de 191 deelnemende landen zich tot het beschermen van de rechten van alle kinderen. Ook als vertrouwenspersoon in de jeugdhulp heb ik veel en vaak te maken met de rechten van de kinderen. Daarvoor putten wij zowel uit het Kinderrechtenverdrag als uit de Jeugdwet.

Vanaf 12 jaar heeft een kind bijvoorbeeld het recht op inzage in het dossier en het recht om mee te beslissen over zaken die hem of haar aangaan. Wat er ook vaak speelt zijn rechten op het gebied van privacy, omgang met familie, zakgeld, halal eten en het ontvangen van bezoek. Zeker voor jongeren die in instellingen verblijven, zijn deze rechten van belang.

Het gaat mij aan het hart dat jongeren soms echt geen idee hebben wat er speelt. ‘Waarom moet ik mijn telefoon inleveren?’, vragen ze bijvoorbeeld, of ‘waarom mag ik niet bij mijn moeder slapen?’. Dan denk ik soms ook: ‘Waarom weten ze dit niet? Durven ze het niet te vragen aan de hulpverlening? Of is dit hen nooit goed uitgelegd?’ Dan is het goed dat wij er zijn. Als vertrouwenspersonen kennen wij hun rechten, inclusief de bijbehorende leeftijdsgrenzen en de uitzonderingen. Juist wij, die verder geen eigen belang hebben om met een kind te spreken, kunnen een kind hierover informatie geven en wegwijs maken. Tijdens groepsbezoeken deel ik aan elke jongere het ‘Ken je rechten’-boekje van AKJ uit en ik raad ze aan het van A tot Z te lezen.

Zo ontmoette ik op de groep een boze 16-jarige jongen: hij mocht zijn dossier niet inzien. Zijn moeder werd eerst benaderd, daarna hij pas, en met zijn moeder liep het toch al niet lekker. En dan kan ik echt iets voor hem betekenen. We hebben een mail opgesteld om een kopie te ontvangen van zijn dossier, en na een goed gesprek met de gezinsvoogd wordt hij eerst benaderd en dan pas zijn moeder. Zo werd hij weer meer betrokken en niet alleen óver hem maar mét hem gesproken. Ja, daar doe ik het voor. Ik krijg er energie van. Kinderen moeten gehoord en gezien worden.

Ik denk dat het recht van het kind vaak wordt ondergesneeuwd, omdat het kind niet altijd de hardste stem heeft. Het belang van het kind is soms ook een vaag begrip waarmee vaak gestrooid wordt. Daardoor kan het betekenis en waarde verliezen. Als het belang van het kind altijd voorop staat, waarom zijn het dan de kinderen die het laatst iets gevraagd wordt? Het is een plicht om het kind te horen en ernaar te luisteren, om informatie met het kind te delen en om de mening van het kind te vragen vóórdat er belangrijke beslissingen worden gemaakt. Uitzonderingen daargelaten. Ik blijf jurist hè.

Wij als vertrouwenspersonen spreken dagelijks kwetsbare kinderen die zich niet gehoord voelen. Op deze Dag van de Rechten van het Kind pleit ik er dan ook voor om kinderen te betrekken zonder dat ze hun vingers in de lucht hoeven te steken, zonder dat ze hun best hoeven te doen om te weten wat er allemaal gebeurt om hen heen. Het zou mooi zijn als iedereen die met kinderen te maken heeft, daar vandaag bij stil staat!”

Lees het ‘Ken je rechten’-boekje >>

Terug naar nieuwsoverzicht