Wat doet een gezinsvoogd eigenlijk?

De kinderrechter heeft bepaald dat er grote problemen zijn die te maken hebben met de opvoeding en verzorging. Een gezinsvoogd is er om in de gaten te houden of het goed met je gaat. De gezinsvoogd moet bekijken of jij je ontwikkelt zoals gezonde kinderen dat doen. Dat gaat niet alleen over gezondheid, maar ook over schoolvorderingen, je leefomgeving, vriendengroep en vrijetijdsbesteding (werk, hobby’s, sport). De gezinsvoogd let er op dat jij voldoende te eten krijgt, genoeg kleren hebt, naar school gaat, specialistische hulp krijgt als je ziek bent en niet geslagen wordt door je ouders. Als je niet goed verzorgd wordt door je ouders/opvoeders dan kan dat nare gevolgen hebben. Daarom wordt de gezinsvoogd aangesteld om te kijken of er een oplossing is die ervoor kan zorgen dat het beter gaat.

Wat mag je verwachten van een gezinsvoogd?
Een gezinsvoogd moet jou betrekken bij het hulpverleningsproces. Dat betekent dat hij of zij met je moet praten en naar je moet luisteren. Hij of zij moet naar je mening vragen en luisteren naar wat jij belangrijk vindt en graag zou willen. De gezinsvoogd hoeft niet precies te doen wat jij wilt en mag een andere beslissing nemen, maar hij of zij moet de redenen wel goed aan je uitleggen, net zolang totdat jij het begrijpt. Je hebt er recht op dat het hulpverleningsplan met jou besproken wordt en als je 12 jaar of ouder bent, mag je het hulpverleningsplan en alle rapporten die er over jou zijn, lezen (inzagerecht). Je hebt dan ook recht op een kopie (afschrift) van het hulpverleningsplan en de rapporten. Als je het niet eens bent met informatie die over jou in jouw dossier staat, dan mag je jouw mening geven. Dit moet in je dossier worden bijgeschreven. Je kunt de vertrouwenspersoon altijd om advies vragen over hoe dit aan te pakken.

Wat te doen als je niet tevreden bent over de samenwerking met jouw gezinsvoogd?
Als je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd, dan kun je om een gesprek met iemand van de betreffende gezinsvoogdij-instelling vragen. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je hierbij helpen. De vertrouwenspersoon helpt je dan meestal als eerste bij het opstellen van een brief waarin je aangeeft wat je lastig of vervelend vindt aan de samenwerking met je gezinsvoogd. Dit wordt naar de gezinsvoogd en/of de instelling verstuurd. Daarna volgt er meestal een gesprek met de gezinsvoogd en soms is zijn/haar leidinggevende er ook bij. Dit is een soort bemiddelingsgesprek waarbij de vertrouwenspersoon, als jij dat wilt, aanwezig zal zijn. In dit gesprek mag jij vertellen wat je vervelend vindt en hoe je het eigenlijk zou willen. De vertrouwenspersoon helpt je dit te verwoorden en let erop dat er naar je geluisterd wordt. Als je vertrouwen na dit gesprek niet hersteld is, dan kan je een verzoek indienen voor een andere gezinsvoogd. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je vertellen hoe je dit kunt aanpakken en kan je ondersteunen in dit traject.