Gesloten jeugdhulp: Emily’s dilemma

Soms is een gesprek of een korte inmenging van de vertrouwenspersoon voldoende voor de jeugdige om de samenwerking met de begeleiding weer op te pakken. Uit dit praktijkverhaal blijkt dat één gesprek al veel kan betekenen voor een jongere. 


“De 15-jarige Emily verblijft al 5 maanden op een van de gesloten groepen waar ik wekelijks kom. Ze is er gewend en heeft een vriendje, Gianni, uit een andere gesloten groep. In goed overleg met beide mentoren mogen zij elkaar twee keer per week zien.

Tijdens mijn groepsbezoek vertelt Emily dat ze al een paar dagen veel spanning heeft. Haar verjaardag komt dichterbij, haar familie zal dan contact opnemen. Daar raakt ze heel gestrest van, want ze heeft thuis veel meegemaakt. De spanning liep zo hoog op, dat Emily zichzelf is gaan snijden. Diep snijden. Ze vertelt me dat de spanning er nog steeds zit. Ze kan niet slapen en ze verwacht dat ze zichzelf vanavond weer zal verwonden. Emily wil wel hulp, maar is ook bang dat haar vrijheden worden afgepakt als ze vertelt dat ze zichzelf snijdt. De tijd die ze heeft met Gianni is haar lichtpuntje in de week. Dat wil ze niet kwijt raken.

Ik begrijp Emily’s dilemma en vraag of ze hierover in gesprek zou willen met de groepsleiding. Ook vertel ik haar dat elke jongere samen met zijn of haar mentor een signaleringsplan kan schrijven. Daarin staat hoe de groepsleiding kan zien dat je spanning hebt, én hoe ze hier het beste met jou over kunnen praten. Of als praten niet lukt, wat jij dan wel nodig hebt. Bijvoorbeeld de rust opzoeken in je kamer, een rondje lopen, of je moeder bellen. Ook leg ik uit dat de groepsleiding samen met jou zoekt naar iets wat de spanning vermindert.

Met toestemming van Emily bespreek ik haar spanning met haar mentor. Zelf wil Emily er niet bij zijn, dat vindt ze te moeilijk. Haar mentor vindt dat jammer, maar is blij dat Emily het met mij heeft gedeeld. De mentor zegt dat hij weet dat het contact met Gianni heel belangrijk is voor Emily. Er is dan ook geen sprake van dat dit contact wordt stopgezet door het snijden. Want het heeft geen verband met elkaar. Sterker nog: hij ziet dat Emily opleeft als ze haar vriendje heeft gezien.

Ik loop terug naar Emily en vertel wat de mentor heeft gezegd. Ook vraag ik of zij nu wel durft aan te schuiven. Gelukkig is dat zo. Samen met haar mentor bespreekt Emily vervolgens wat ze die dag nodig heeft om de spanning te verminderen. Ze besluiten dat Emily geen rustmoment op haar kamer houdt, maar helpt met koken. Door deze afleiding komt zij niet in de verleiding om zichzelf te snijden. Na bedtijd zal de groepsleiding een paar keer aankloppen, om te vragen hoe het gaat. En als het echt niet gaat, kan Emily in de prikkelarme kamer slapen, daar is cameratoezicht. Maar met deze afspraken verwacht Emily dat het niet zo ver zal komen. Ook zal Emily de week erna samen met haar mentor een signaleringsplan schrijven.

Mijn taak zit erop; door deze positieve ervaring zal Emily een volgende keer haar spanning makkelijker met haar mentor of met de groepsleiding bespreken. En dat is wat ik als vertrouwenspersoon nastreef.”


Het verhaal komt uit de praktijk van Mirjam Verhoef, vertrouwenspersoon bij AKJ Overijssel. De naam Emily in dit praktijkvoorbeeld is fictief.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen