Luisteren naar Joost

‘Op een dag neemt de 14-jarige Joost contact op met het AKJ. Een familielid van Joost noemde het AKJ en daarna is hij op de website gaan kijken voor hulp. Ik krijg Joost aan de telefoon en hij vertelt mij dat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek gaat doen en dat hij dat helemaal niet leuk vindt. Hij heeft er een slecht gevoel over en weinig vertrouwen. Dit vanwege eerdere onderzoeken waarbij de raadsonderzoekers niet goed opschreven wat hij vertelde. In gespreksverslagen las hij uitspraken terug van zichzelf die hij niet zo bedoelde, of onjuist waren. Joost keek erg op tegen het gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming.

“Wil je met mij samen het gesprek voeren?”, vroeg Joost mij als vertrouwenspersoon. Ik vertel hem dat ik dat kan en leg uit hem kort uit wat de rol van een vertrouwenspersoon is tijdens zo’n gesprek. Inhoudelijk kan ik mij niet bemoeien met het gesprek, maar ik kan er wel bij zijn ter ondersteuning. Samen zetten we globaal op papier wat hij de medewerkers van de Raad daarover wil vertellen.

En dan is het zover: het gesprek met de raadsonderzoekers. De raadsonderzoekers leggen hem uit waar ze onderzoek naar gaan doen en wat het doel is van het gesprek. Als de eerste vraag wordt gesteld kijkt hij naar mij en vraagt hij of ik wil vertellen over ‘dat ene wat we eerder hadden besproken’. Ik knik naar Joost en vertel de raadsonderzoekers dat hij eigenlijk helemaal geen zin heeft in dit gesprek, omdat hij eerdere vervelende ervaringen heeft gehad met de Raad. Hij begrijpt dat het gesprek er moet komen maar vind het toch lastig. Joost vult mij dan aan door te vertellen wat er voorheen fout is gegaan. De raadsonderzoekers geven hem een compliment voor zijn openheid en geven aan dat ze het heel belangrijk vinden dat zij een goede verslaglegging maken van het gesprek. Na het gesprek zullen ze een verslag schrijven die hij als eerst mag lezen en waar hij commentaar op mag geven. Voor Joost is dit een opluchting, voor hem kan het onderzoek nu pas echt van start gaan.

Een paar weken na het gesprek belt Joost mij op om te vertellen dat hij het verslag van het gesprek heeft ontvangen. Hij is erg blij, want het verslag ziet er goed uit. Wel heeft hij één foutje ontdekt. Samen met Joost stel ik een mail op naar de raadsonderzoekers waarin we vragen om een aanpassing. Een paar dagen later ontvangt hij het aangepaste verslag. Nu klopt het helemaal, zegt hij blij. Hij bedankt mij voor mijn hulp. Ik vind het fijn dat Joost weer wat vertrouwen heeft gekregen in de Raad voor de Kinderbescherming en benoem dat ik blij ben voor hem. We nemen afscheid van elkaar en ik wens hem alle goeds. Wie weet belt hij mij nog eens.”

* Om privacy-redenen wordt de echte naam van Joost en de naam van de vertrouwenspersoon niet genoemd. Heb jij te maken met de Raad voor de Kinderbescherming en heb je een vraag? Bespreek het gewoon met de vertrouwenspersoon of stuur ons een chatbericht!

 

Terug naar alle verhalen