Kritiek op rapportage

Een moeder heeft in het voorjaar contact met een onderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming. De onderzoeker heeft een rapport geschreven naar aanleiding van een onderzoek ‘Gezag en Omgang’. De moeder is het niet eens met de rapportage.

Ze zet haar punten van kritiek op papier en stuurt ze naar de raadsonderzoeker. De opmerkingen van de moeder worden door de raadsonderzoeker echter niet in de rapportage verwerkt, maar worden eraan vastgeniet. Zo verstuurt de onderzoeker het rapport naar de Rechtbank. De moeder is teleurgesteld en boos. Ze vindt dat de raadsonderzoeker haar kritiek in de rapportage zelf had moeten verwerken. In november krijgt de moeder te horen dat de dezelfde raadsonderzoeker onderzoek gaat doen in het kader van een beschermingsmaatregel. De maat is nu vol voor de moeder. Ze neemt contact op met het AKJ. Ze vertelt de vertrouwenspersoon over de rapportage en hoe er is omgegaan met haar kritiek. Ze wil beslist niet dezelfde raadsonderzoeker. Samen met de moeder schrijft de vertrouwenspersoon een klachtbrief. Binnen twee weken is er een klachtgesprek bij de Raad. Met de uitkomst en de ondersteuning van de vertrouwenspersoon is de moeder erg tevreden. De Raad zal eerst de klachten van moeder over het eerste rapport afhandelen. Pas daarna starten ze het beschermingsonderzoek. En de moeder krijgt de toezegging dat een andere raadsonderzoeker dat onderzoek uitvoert.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen