Mag ze haar zoon weer zien?

Een moeder krijgt in 2007 een herseninfarct. Daardoor kan ze niet meer voor haar zoon zorgen. De zoon wordt door de Jeugdbescherming bij zijn vader en stiefmoeder geplaatst.

De moeder en de zoon blijven elkaar wel zien, onder begeleiding. Na de zomer van 2014 ziet de moeder haar zoon een jaar lang niet. Er zijn sinds die tijd geen omgangsmomenten meer gepland. Ook heeft de moeder geen contact meer met de gezinsvoogd. Dat vindt ze erg, want ze heeft geen idee hoe het met haar zoon gaat. Wel zijn er eerder twee bemiddelingsgesprekken geweest met de gezinsvoogd, teammanager en de moeder. Maar er verandert niets. Daarom neemt de moeder contact op met het AKJ.

Ze vraagt de vertrouwenspersoon om ondersteuning bij een ophelderingsgesprek bij de jeugdbescherming. Het blijkt dat de moeder een beperking heeft als gevolg van het herseninfarct. Ze komt moeilijk uit haar woorden en begrijpt nogal wat moeilijke jeugdhulptermen niet. Ook heeft ze geen goed inzicht in de hulpverlening die haar zoon krijgt en de gemaakte afspraken. De vertrouwenspersoon schrijft samen met de moeder een brief. De vragen: waarom komt er geen antwoord op haar vragen over de omgang met haar zoon; waarom krijgt ze niet meer informatie en waarom betrekt de gezinsmanager haar er niet bij? Ze heeft tenslotte gezag over haar zoon. Ook zijn er wat vragen over rapportages en de bereikbaarheid van de gezinsmanager. Deze vragen wil moeder ook graag meteen bespreken.

De jeugdbescherming nodigt de moeder, haar huidige partner en de vertrouwenspersoon uit. Er wordt extra tijd ingepland omdat de moeder soms meer uitleg nodig heeft. Het gesprek verloopt rustig, juist omdat er genoeg tijd is om op zaken in te gaan. Tijdens het gesprek springt de vertrouwenspersoon geregeld bij. Vooral wanneer de moeder moeite heeft de juiste woorden te vinden voor haar vragen. Zo weet de vertrouwenspersoon steeds de brug te slaan tussen een kwetsbare cliënt en de gezinsmanager.

Na het gesprek nemen moeder, haar partner en de vertrouwenspersoon alle gemaakte afspraken door. Alles staat helder op papier. De moeder heeft nu een veel betere positie. Ze heeft vaste afspraken met de instelling, school, de vader en de gezinsmanager over hoe ze op de hoogte blijft. Ze krijgt ook maandelijks huisbezoek van de gezinsmanager. De instelling bespreekt met de zoon van 13 of en hoe hij weer contact met zijn moeder krijgt. De moeder is heel tevreden met de hulp van de vertrouwenspersoon. Vooral omdat ze nu als gezaghebbende ouder in haar recht staat.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen