Mobiele telefoon ten onrechte ingenomen

De 16-jarige Cindy verblijft al een tijd op een open groep van een grote jeugdhulpinstelling. Zoals alle jongeren tegenwoordig zit zij zo’n beetje vastgekleefd aan haar mobiele telefoon. Dag en nacht heeft ze ‘m bij zich. Van de een op andere dag mag dat niet meer van de groepsleiding. Cindy is het er niet mee eens en weigert haar telefoon ’s avonds in te leveren. Dat heeft als consequentie dat ze een aantal van haar vrijheden moet inleveren. Een uurtje met verlof naar het dorp kan zij bijvoorbeeld vergeten. Ook mag zij niet meer naar het muzieklokaal.

Cindy doet haar verhaal bij de vertrouwenspersoon die regelmatig op haar groep komt. Die heeft al van meerdere jongeren opgevangen dat de regels over mobiele telefoons zijn veranderd. Ook van nieuwe jongeren op een andere groep hoort ze dat hun telefoon bij aankomst is ingenomen. Deze jongeren weten niet waarom dit gebeurt, wanneer ze deze terugkrijgen, of wat zij hiervoor moeten doen.

In overleg met Cindy doet de vertrouwenspersoon navraag bij de gedragswetenschapper van de instelling. Welk beleid is er omtrent de inname mobiele telefoons? Die vertelt dat de ongeschreven regel op de groep is dat de jongeren hun telefoon ’s nachts moeten inleveren. Omdat er voor een paar jongeren – waaronder Cindy – een afspraak ‘op maat’ gemaakt was, ontstond onduidelijkheid. Als gevolg daarvan had de instelling besloten deze ongeschreven regel weer actief in te gaan zetten.

De vertrouwenspersoon bepleit bij de gedragswetenschapper dat de maatwerkafspraak met Cindy niet zomaar geschonden kan worden. En dat het meisje haar verworven vrijheden terug moet krijgen. Er gaan weken overheen voordat de beperkingen op Cindy’s vrijheden worden opgeheven. Ondertussen bespreekt de gedragswetenschapper het verzoek van de vertrouwenspersoon voor helder beleid over mobiele telefoons met zijn collega’s in de instelling.

De vertrouwenspersoon geeft een signaal af aan de instelling over Cindy’s klacht en over het innemen van mobieltjes van nieuwe jongeren en vermeldt dit ook in de jaarrapportage over het vertrouwenswerk in de instelling. Tijdens de bespreking van het jaarrapport benadrukt de vertrouwenspersoon nogmaals dat dergelijke beperkende maatregelen niet zomaar op alle jongeren toegepast mogen worden. En dat het belangrijk is dat er beleid komt over mobiele telefoons. De instelling maakt er een aandachtspunt van en geeft aan ermee aan de slag te gaan.

Het (tijdelijk) innemen van een mobiele telefoon kan een beperkende of pedagogische maatregel of interventie zijn. Daar zijn heldere afspraken voor nodig. Deze kunnen het beste zwart-op-wit staan in huisregels of beleidsregels. Daarnaast is het belangrijk maatwerkafspraken met individuele jongeren te maken en die óók op papier te zetten. Een ongeschreven regel mag je niet zomaar toepassen op alle jongeren op een groep. En maatwerkafspraken met een jongere mogen niet opeens weer worden ingetrokken.


De naam Cindy in dit praktijkvoorbeeld is fictief.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen