Recht op passende hulp

Rianne is 8 jaar oud. Vorig jaar heeft het meisje veel problemen gehad op school. Als gevolg daarvan is ze langdurig ‘thuiszitter’ geweest. Inmiddels is Rianne onderzocht en is er geschikt onderwijs voor haar gevonden. Ze heeft het daar redelijk naar haar zin en bouwt weer positieve ervaringen op. Maar haar situatie blijft kwetsbaar.

Rianne’s moeder, mevrouw Braams, wil er alles aan doen om te voorkomen dat Rianne opnieuw thuis komt te zitten. Dus ze meldt zich bij het wijkteam en vraagt om aanvullende hulp bij de schoolgang van haar dochter. Na een lange wachttijd krijgt mevrouw Braams te horen dat er een beschikking zal worden afgegeven voor hulp bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Maar dat is niet de ondersteuning die zij voor ogen heeft voor Rianne. Daarnaast heeft ze slechte ervaringen met de beoogde instelling, die ook nog eens een lange wachttijd heeft.

De wijkcoach volhardt in haar plan en probeert mevrouw Braams in gesprekken te overtuigen. Ondertussen wordt er geen beschikking afgegeven, waardoor mevrouw formeel geen bezwaar kan maken. Ze gaat zelf op zoek en vindt een instelling die Rianne per direct passende hulp kan bieden. De wijkcoach beaamt dat het een passende vorm van hulp is, maar geeft aan dat de instelling niet door de gemeente is gecontracteerd. Een PGB om de hulp te bekostigen is niet haalbaar, omdat daar geen geld voor is.

Mevrouw Braams voelt zich machteloos en vraagt samen met haar vertrouwenspersoon een gesprek aan met de wijkcoach en diens manager. In het gesprek wordt een aantal misverstanden uit gesproken. De wijkcoach biedt excuses aan voor de ontstane situatie. Zij geeft onder andere aan dat het niet gepast was om te verwijzen naar de financiële situatie van de gemeente. Mevrouw Braams kan een PGB aanvragen en deze zal worden toegekend zodat de hulp aan Rianne zo snel mogelijk kan starten.

Mevrouw Braams is opgelucht over de uitkomst en tevreden over de ondersteuning van de vertrouwenspersoon. Door de positieve houding van de manager en de wijkcoach in het gesprek voelt ze zich nu wel serieus genomen en is verdere samenwerking weer mogelijk. En het belangrijkste: Rianne krijgt snel de hulp die zij nodig heeft.

De namen van moeder en dochter in dit praktijkvoorbeeld zijn fictief.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen