Sinterklaaswens

Tijdens een bezoek aan een gezinshuis vertelt de 12-jarige Maartje aan de vertrouwenspersoon dat zij haar voogd al heel lang niet heeft gezien en ook niet gesproken. Dat vindt ze vervelend, want ze heeft een dringende wens voor sinterklaas. Haar vorige voogd zag zij geregeld en daar had zij ook goed contact mee. Die kon zij altijd bellen. Nu lukt dat niet. Het meisje vraagt aan de vertrouwenspersoon of de gezinshuisouder mag aanschuiven bij het gesprek, want zij weet er meer van. Uiteraard mag dat.

De gezinshuisouder vertelt dat Maartje met sinterklaas graag een dag langer bij haar moeder wil blijven. De gezinshuisouder vind dit goed maar er moet wel toestemming komen van de voogd. Dat proberen ze nu al drie weken, maar zij krijgen de voogd niet te pakken. Aangezien sinterklaas al een week later zou zijn, vraagt de vertrouwenspersoon aan Maartje wat zij zou willen en wat zij voor haar kan betekenen. Het meisje en ook de gezinshuisouder willen graag dat de vertrouwenspersoon contact opneemt met de gecertificeerde instelling waar de voogd werkt. Wellicht lukt het haar wel om de voogd te spreken. De vertrouwenspersoon belooft contact te zullen opnemen met de instelling en dat zij de dag erna zal bellen om te laten weten
of het gelukt is. Dat is akkoord.

Als de vertrouwenspersoon belt met de instelling, krijgt ze te horen dat Maartjes voogd al een maand ziek is. Ze wordt doorverbonden met iemand van zijn team. Die persoon blijkt sinds enkele dagen de vervangende voogd te zijn. Zij heeft de berichten van het meisje en de gezinshuisouder doorgekregen, maar er nog geen tijd voor gehad.

De vertrouwenspersoon legt Maartjes sinterklaaswens voor aan de voogd. Die geeft aan eerst het dossier te zullen lezen en binnen twee dagen antwoord te geven aan de vertrouwenspersoon en ook aan het meisje. Zoals afgesproken koppelt de vertrouwenspersoon dit terug aan het meisje en – op haar verzoek – ook aan de gezinshuisouder.

Twee dagen later belt de vervangende voogd de vertrouwenspersoon: Maartje mag met sinterklaas een dag langer bij haar moeder blijven. Zij heeft inmiddels contact gehad met de gezinshuisouder en aangegeven wat er was gebeurd met de voogd (die langdurig ziek is) en dat zij vervangend voogd is. Ook heeft de voogd een afspraak gemaakt om langs te komen. De vertrouwenspersoon belt daarna nog met het meisje om te horen of ze tevreden is. Dat is ze zeker. Maartje en de gezinshuisouder zijn blij dat ze nu weten hoe het zit met de voogd.


De naam Maartje in dit praktijkvoorbeeld is fictief.

(Elk verhaal van een kind, jongere of (pleeg)ouder is uniek. Elke klacht over jeugdhulp vraagt dan ook om een andere oplossing. Als jij een klacht hebt, doen onze vertrouwenspersonen hun uiterste best om jou te helpen. Daar kun je altijd op rekenen.)

Terug naar alle verhalen