Wat doe je als het niet klikt met de hulpverlener?

Interview met Tessa (17 jaar)

Tessa is 16 jaar als ze contact opneemt met het AKJ. Het klikt niet met de hulpverlener die bij haar thuis over de vloer komt. Kon een vertrouwenspersoon haar helpen? Ruim een jaar later deelt ze haar ervaring met ons. 

Hoe kwam je terecht bij het AKJ?
Tessa* had in korte tijd te maken met verschillende hulpverleners. Zo ook met een gezinswerker, nummer drie al. En daar klikte het absoluut niet mee. “Ik was al zo moedig geweest om te vragen om een andere gezinswerker, maar die vraag werd genegeerd en toen werd het contact awkward.” Op een gegeven moment vindt Tessa alles aan de gezinswerker vervelend en wil ze eigenlijk niet meer met haar praten. Maar ja, kan ze daar iets aan doen?

Tessa: “Toen herinnerde ik me het informatieboekje van het AKJ. Dat kreeg ik van de vertrouwenspersoon die ik kende van een gesloten jeugdzorggroep. Misschien kon het AKJ me niet helpen, maar ik dacht ‘ach, ik kan het altijd proberen’. Zo kwam ik op de website van het AKJ. Waar ik gelijk kon chatten, heel makkelijk”. Ze heeft direct met een vertrouwenspersoon, aan wie ze vertelt wat haar dwars zit. “Die luisterde goed, en dacht met me mee, wat fijn was”, zegt Tessa.

Hoe hielp de vertrouwenspersoon je, en hoe kijk je daar op terug?
“De vertrouwenspersoon stelde voor om samen met mij een brief te schrijven met al mijn irritaties”, vertelt Tessa. “En ze hielp me met het bedenken van vragen die ik de gezinswerker wilde stellen. Ik voelde me af en toe een zeikerd, maar de vertrouwenspersoon verzekerde mij dat het juíst goed is om aan te geven wanneer je iets niet fijn vindt. Ook bij een gezinswerker.”

De vertrouwenspersoon stuurde de brief naar de gezinswerker en drie dagen later was er al een gesprek. “Ik vroeg de vertrouwenspersoon om hierbij te zijn en hoewel ik best zenuwachtig was, verliep het gesprek met de gezinswerker tegen mijn verwachting in harstikke goed.” Tessa kan vertellen wat haar dwars zit en aangeven op welke vragen ze graag antwoord wil. De gezinswerker luistert naar de klachten van Tessa en beantwoordt haar vragen. Ze biedt zelfs haar excuses aan. Aan het einde van het gesprek worden er afspraken gemaakt, en deze worden ook op papier gezet. “Ik had het idee dat we elkaar na het gesprek beter begrepen,” zegt Tessa. “Ik ben ook opgelucht, want sinds het gesprek verloopt de communicatie met de gezinswerker veel beter”.

“Het is je recht om dingen die je dwars zitten te bespreken”

Er waren nog een paar dingen waar Tessa hulp van de vertrouwenspersoon voor wilde: “Ik vroeg haar om te helpen bij een gesprek met de jeugdbeschermer, en ondersteuning bij het schrijven van een reactie op het onderzoeksrapport van de Raad voor de Kinderbescherming. En als laatste heeft ze me ook geholpen bij het schrijven van een brief aan de rechter.”

“Ik heb geleerd van de vertrouwenspersoon dat het goed is om dingen die je dwarszitten te bespreken. Het is zelfs je recht! En dat je dit op een goede manier kan vertellen, zonder bot over te komen”, zegt Tessa. Ook vertelt ze nog wel eens terug te denken aan de tips van de vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld over wat haar rechten zijn als jongere met jeugdhulp.

Hoe vond je het contact met de vertrouwenspersoon?
“Ik vond het prettig om met haar te kunnen praten. We konden ook met elkaar lachen en het contact was gezellig en fijn. Ik had het gevoel dat de vertrouwenspersoon mij begreep en dat ze altijd beschikbaar was voor vragen, ook via whatsapp. Doordat de vertrouwenspersoon mij op momenten ook uit haarzelf vroeg hoe het met me ging, voelde ik dat de vertrouwenspersoon betrokken was bij mij.”

Wat zou je andere jongeren meegeven die misschien wel tegen hetzelfde aanlopen?
“Ik was best onzeker om mijn mening te geven en om voor mezelf op te komen. Ik dacht dat het mijn schuld was dat de samenwerking met de gezinswerker niet goed ging. En dat het toch geen zin zou hebben om het te bespreken omdat ‘de gezinswerker nou eenmaal volwassen is en ik nog maar een kind’. Maar dat verschil maakt niets uit, kwam ik achter. Het is niet erg om tegen iemand te zeggen dat je ergens mee zit of dat je een probleem hebt. Het is oké om voor jezelf op te komen”.

“Soms baalde ik er wel van als ik niet kon krijgen wat ik wilde. Zo werd er besloten dat een andere Gecertificeerde Instelling en daarmee ook een andere gezinsvoogd zou komen, terwijl ik graag wilde dat het hetzelfde zou blijven. Maar daar kon ik niks aan veranderen, echt een teleurstelling. Ik begrijp jongeren wel die tegen een vertrouwenspersoon zeggen: ‘als jij dit niet voor mij kan regelen, wat heb ik dan eigenlijk aan je’? Toch zou ik dan willen zeggen dat het goed is dat je het tenminste geprobeerd hebt. Dat is altijd nog beter dan niet eens een poging wagen. Want dan gebeurt er al helemaal niets. Je hebt wél je stem laten horen.”

 

*Om privacy-redenen worden de echte naam van Tessa, de instelling en de naam van de vertrouwenspersoon niet genoemd. De gebruikte foto is ter illustratie.

Terug naar alle verhalen