Ik word 18 jaar. Wat gaat er gebeuren?

Zit je in een gesloten instelling? Eigenlijk is 18 jaar de maximumleeftijd, maar soms mag je nog een half jaar blijven na je 18e. Bijvoorbeeld als je nog moet wachten op je vervolgtraject. Wel moet de rechter hier dan een machtiging voor afgeven. Lees hier meer over wat er allemaal verandert als je 18 wordt. Of download de pdf.

Mogen ze zomaar op mijn kamer komen?

Verblijf je in een gesloten instelling? Dan kan het zo zijn dat jouw kamer vaker gecontroleerd wordt. Bijvoorbeeld als je terug komt van verlof. Wanneer je kamer gecontroleerd mag worden moet in jouw behandel-/hulpverleningsplan staan. Het is belangrijk dat je weet wat er in je behandel-/hulpverleningsplan staat. Daarom krijg je vaak een kopie hiervan. Heb je deze niet, dan kan je deze opvragen bij je mentor.

Mogen ze me vastpakken?

Verblijf je in een gesloten instelling? Dan mag de groepsleiding je in bepaalde situaties wel vastpakken en vasthouden. Bijvoorbeeld om je rustig te krijgen of om je naar de afzonderingsruimte te brengen. Of en wanneer ze dit mogen doen staat in je behandel-/hulpverleningsplan. Iedere instelling is verplicht om regels te hebben over fysiek ingrijpen. Die regels kun je opvragen.

Ik wil een andere gezinsvoogd/jeugdhulpverlener. Kan dat?

Het kan zijn dat je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Bespreek dit eerst met de gezinsvoogd of jeugdhulpverlener zelf. Heb je dit al gedaan, lukt het niet of vind je het spannend om alleen te doen, dan kan een vertrouwenspersoon je hierbij helpen. Samen kunnen jullie dan een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener. Vaak is er dan ook een leidinggevende bij. Meestal schrijf je dan eerst samen een brief. Daarin leg je uit wat je lastig of vervelend vindt aan de samenwerking met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Die brief stuur je naar de gezinsvoogd of de instelling.

Daarna ga je meestal praten met elkaar. Je kan dit gesprek alleen doen, maar als jij dat wilt is de vertrouwenspersoon er ook bij. Jij mag vertellen wat je niet prettig vindt en hoe je het eigenlijk zou willen. De vertrouwenspersoon helpt je en let erop dat ze goed naar je luisteren. Als de leidinggevende ook bij dit gesprek aanwezig is, kan je aan hem/haar vragen of je een andere gezinsvoogd of jeugdhulpverlener kunt krijgen. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en helpt je erbij.

Ik wil ergens anders wonen (andere groep/naar huis/bij andere ouder). Wat kan ik doen?

Als je ergens anders wilt wonen, is het allereerst belangrijk dat je dat zegt. Het is niet zo dat zo’n beslissing zomaar wordt genomen. Vertel daarom aan de groepsleiding of je (pleeg)ouders waarom je ergens anders wilt wonen. Er zijn redenen waarom je nu op deze plek bent. Er zijn ook redenen waarom je weg wilt. Misschien zijn er dingen veranderd. Bij jou, in de instelling of nog iets anders. Praat erover, dan weten ze ervan. Als je er niet uitkomt, mag je altijd contact zoeken met een vertrouwenspersoon. Die kan je helpen om duidelijk te maken wat jij vindt en kan, als jij dat wilt, met jou meegaan om dit bespreekbaar te maken.

Als de rechter heeft besloten dat je ergens anders moet wonen (je hebt dan een machtiging uithuisplaatsing), dan kan de instelling waar je woont bepalen dat het niet meer nodig is om uithuisgeplaatst te zijn en dat je bijvoorbeeld weer thuis kan gaan wonen. Als de instelling dat niet bepaalt en je bent 12 jaar of ouder, dan kan je dit zelf aan de rechter vragen. Je kan de rechter dan een brief schrijven.

Hoe ouder jij bent, hoe meer de kinderrechter rekening moet houden met jouw mening. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en kan je daarbij helpen. Verblijf je in een instelling voor gesloten jeugdhulp (omdat de rechter een machtiging voor verblijf in een gesloten instelling heeft afgegeven), dan blijf je daar tot de machtiging af loopt. Als de instelling waar je verblijft het niet meer nodig vindt dat je daar blijft, dan kunnen zij de machtiging schorsen. Je gaat ergens anders wonen (thuis of in een open instelling). Is het daarna toch weer nodig dat je terug moet naar de instelling, dan kunnen zij de schorsing intrekken.

Ik wil mijn vader/moeder zien, maar dat mag niet. Wat kan ik doen?

Als je 12 jaar of ouder bent mag je zelf meedenken. Je mag dus zeggen dat je je vader of moeder weer wilt zien. Het is belangrijk dat je dat zegt tegen jouw ouders en/of de mensen van de instelling. Je hebt recht op omgang met je ouders, maar er kunnen best redenen zijn waarom het niet mocht. Je mag altijd vragen of dat nog steeds zo is. Je ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd, afspraken maken over wanneer je welke ouder ziet. Dat heet een omgangsregeling.

De rechter kan ook een omgangsregeling maken. Je ouders, maar ook jijzelf kan aan de rechter vragen om een omgangsregeling te maken of te veranderen. Dit doe je door een brief te schrijven aan de rechter. De vertrouwenspersoon kan je helpen om te kijken wat er mogelijk is in jouw geval. Dus neem contact op; wij zijn er om jou te helpen.

Met wie mogen ze informatie over mij delen?

De groepsleiding en andere jeugdhulpverleners moeten regelmatig aan de jeugdbeschermer en aan de kinderrechter laten weten hoe het met je gaat. Als je onder toezicht staat, mag er met de jeugdbeschermer informatie gedeeld worden die belangrijk is voor deze ondertoezichtstelling (OTS). Voordat ze informatie over jou geven, moeten ze dit eerst met jou bespreken. Dit geldt ook als de groepsleiding met je jeugdbeschermer of met je ouders over jou wil overleggen.

Als je zestien jaar of ouder bent, kan de instelling alleen informatie over jou delen met je ouders als jij dat goed vindt. Ben je jonger dan zestien jaar en wil je dat je ouders bepaalde informatie over jou niet te horen krijgen? Overleg hierover dan met je gedragswetenschapper.

Heb ik recht op verlof?

Als je in een instelling verblijft voor gesloten jeugdzorg, dan heb je geen algemeen recht op verlof. Het moet passen in je behandeling. Het kan dus gebeuren dat een andere jongere in je groep eerder of langer op verlof mag dan jij. Maar uiteindelijk gaat bijna iedere jongere op verlof. In de meeste instellingen moet je het wel verdienen door te laten zien dat het goed gaat.

Gaat het goed dan mag je een keer kort begeleid op verlof. Gaat het een paar keer goed, dan mag je misschien alleen op pad. Ben je een hele dag thuis geweest en is dat goed gegaan, dan mag je een volgende keer misschien een nachtje blijven slapen. De afspraken over je verlof staan in je behandelplan, hulpverleningsplan of in een apart verlofplan. Weet je niet wat er geregeld is over jouw verlof? Dan kan je jouw behandelplan of verlofplan opvragen. Als je het niet eens bent met jouw verlofregeling, dan kan je dit bespreken met de gedragswetenschapper.

Krijg ik zakgeld/kleedgeld?

In (bijna) alle instellingen krijg je zakgeld. Hoeveel je krijgt, hangt meestal af van de groep waar je in zit en van je leeftijd. De wet geeft hier geen regels over. Op de website van het NIBUD staat meer over de hoogte van het zakgeld. Iedere instelling heeft haar eigen regels. Vraag er naar bij de groepsleiding. De groepsleiding mag je niet ‘straffen’ door je zakgeld in te houden, bijvoorbeeld omdat je je niet aan de huisregels hebt gehouden. Ze mogen je zakgeld wel inhouden als je schade moet vergoeden omdat je iets vernield hebt. Als je bijvoorbeeld een rookmelder kapot hebt gemaakt. De instellingen vragen aan je ouders/verzorgers of zij voor kleedgeld willen zorgen. Als dat niet lukt, kijkt de instelling samen met jou naar een oplossing.

Ik ben het niet eens met een beperkende/controlerende maatregel. Wat kan ik doen?

Ben je het niet eens met een beperkende of controlerende maatregel, dan kan je dit bespreken met de groepsleiding of je mentor, maar ook met de teamleider of je gedragswetenschapper. Je kan dan bespreken waarom je het er niet mee eens bent en meer uitleg krijgen over waarom ze hiervoor gekozen hebben.

Daarnaast kan je hierover een klacht indienen bij de klachtencommissie. Dit kan je doen nadat je er bijvoorbeeld met je gedragswetenschappen over hebt gesproken en je het er nog steeds niet mee eens bent. Je mag ook meteen een klacht indienen bij de klachtencommissie. Wil je dat de klachtencommissie ermee aan de slag gaat, dan moet je je klacht op papier zetten en bij hen inleveren. De groepsleiding kan je daarbij helpen.

Heb je liever hulp van iemand van buiten de instelling, dan kan de vertrouwenspersoon vragen je te helpen. Zij of hij kan je je helpen om je klacht op papier te zetten en kan met jou meegaan naar het klachtgesprek of een klachtzitting bij de klachtencommissie.

Een instelling mag trouwens alleen een beperkende of controlerende maatregel opleggen als die in je behandel-/hulpverleningsplan staat (of als er een noodsituatie is). Ook al staat de beperkende maatregel in je behandel-/hulpverleningsplan, dan nog mogen ze die alleen opleggen als het echt niet anders kan. Bijvoorbeeld omdat het onveilig is voor jou of voor anderen op de groep.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij doen?

De vertrouwenspersoon is er om jou te helpen. Bijvoorbeeld als je het ergens niet mee eens bent. Of als je vindt dat ze niet naar je luisteren. Als je (weer) contact wilt met je ouder(s). Of juist niet. De vertrouwenspersoon is er speciaal voor jou als jongere. Om je informatie en advies te geven, te ondersteunen en naar je te luisteren. Hij of zij kan je ook helpen bij naar klachtgesprekken met de instelling of anderen.

Je hoeft niet bang te zijn dat de vertrouwenspersoon met jouw verhaal naar de groepsleiding of naar je ouders gaat. Dat mag alleen als je hem of haar iets vertelt dat gevaarlijk is voor jou of de mensen om je heen. En de vertrouwenspersoon bespreekt dit altijd eerst met jou. Er gebeurt niets buiten jou om. Bovendien, de vertrouwenspersoon is onafhankelijk, dus hij of zij werkt niet voor de instelling. Iedere instelling moet er ook voor zorgen dat je terecht kunt bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Meestal komt de vertrouwenspersoon op vaste tijden op de groep. Je mag de vertrouwenspersoon ook altijd bellen voor het maken van een afspraak.

Ze luisteren niet naar me. Wat kan ik doen?

Het is heel vervelend als je het gevoel hebt dat ze niet naar je luisteren. Daarom is het belangrijk om zoiets snel op te lossen. Je kunt natuurlijk nog een keer tegen de groepsleiding zeggen dat je wilt dat ze echt naar je luisteren en daar de tijd voor nemen. Maar je mag ook altijd hulp vragen van een vertrouwenspersoon. Samen zoeken we dan uit wat er aan de hand is. En vooral hoe je iets aan de situatie kunt veranderen. Want alleen als je goed met elkaar praat en naar elkaar luistert, kan er echt iets veranderen. En wij zijn er om jou te helpen.

Ik krijg een (gezins)voogd/jeugdbeschermer. Wat betekent dat?

Als het niet goed gaat thuis, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Dat gebeurt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming die eerst onderzoek doet naar de situatie bij jou thuis. Als je ouders/opvoeders niet goed voor je zorgen, kan de kinderrechter dus besluiten dat een gezinsvoogd moet komen helpen. Je gezinsvoogd houdt in de gaten of het goed met je gaat. Of je genoeg eten krijgt, genoeg kleren hebt. Of je naar school gaat, hulp krijgt als je ziek bent en niet geslagen wordt door je ouders. Maar ook of jij je goed voelt in je werk, hobby’s en sport.

Een gezinsvoogd praat met jou en luistert naar je. De gezinsvoogd hoeft niet precies te doen wat jij wilt, maar hij of zij moet dat wel goed aan je uitleggen. Als je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd, dan kun je dit bespreken met hem of haar, of om een gesprek met iemand van de gezinsvoogdij-instelling vragen. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je daarbij helpen.

Ik ben het niet eens met mijn plaatsing. Wat kan ik doen?

Soms is het nodig om je uit de gezinssituatie te halen. Omdat die bijvoorbeeld onveilig is. Als je het niet eens bent met waar je geplaatst bent, kan je dit bespreken met jouw jeugdhulpverlener. Geef daarbij goed aan waarom je het er niet mee eens bent en wat je dan wel zou willen. Een vertrouwenspersoon kan jou hierbij helpen. Je gezinsvoogd/jeugdbeschermer kan beslissen om de uithuisplaatsing te stoppen, dus je kan het hem of haar vragen.

Wil je gezinsvoogd/jeugdbeschermer je uithuisplaatsing niet stoppen en ben je 12 jaar of ouder dan kan je zelf de kinderrechter vragen om de uithuisplaatsing te stoppen. Je kan de rechter hierover een brief schrijven. Ben je het niet eens met een gesloten plaatsing? Dan heb je het recht om samen met je advocaat in hoger beroep te gaan tegen je plaatsing. Dit betekent dat een andere ‘hogere’ rechter opnieuw kijkt of de plaatsing wel echt nodig is. Vraag een vertrouwenspersoon om advies als je er niet uitkomt.