Mijn kind krijgt geen/niet de juiste hulp. Wat kan ik doen?

De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Wanneer je hulp nodig hebt, ga je allereerst naar  gemeente waar je woont. Je krijgt dan advies en samen met de deskundigen bekijk je samen met je kind welke hulp het beste is. De meeste gemeenten hebben jeugd- /wijkteams of een Centrum voor Jeugd en Gezin die je kunnen helpen. Je kunt zelf direct contact met ze opnemen. Maar het kan ook via de huisarts/ jeugdarts, zij kunnen rechtstreeks verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder.

De gemeente besluit welke hulp er wel of niet wordt ingezet, dat heet een verleningsbesluit. Als je geen hulp krijgt of niet de hulp ontvangt die het kind nodig heeft, kun je bezwaar maken tegen dit besluit. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je daarbij helpen. Bijvoorbeeld door samen een brief of e-mail te schrijven. Maar ook door je te helpen als je in gesprek gaat met mensen van de gemeente over de onvrede of klachten.

Ze dreigen met een ondertoezichtstelling (OTS). Wat kan ik doen?

Alleen de kinderrechter kan het besluit nemen voor een ondertoezichtstelling (OTS). Niemand anders. Voordat de kinderrechter zo’n beslissing neemt, is er vaak al heel wat gebeurd. Alleen de Raad voor de Kinderbescherming en het openbaar ministerie kunnen een aanvraag doen voor een OTS. De Jeugdbescherming kan dat dus niet zelf doen. Ze kunnen het wel aan de Raad voor de Kinderbescherming vragen. De Raad zal dan onderzoeken of dat nodig is of niet. Als de Raad vindt dat het nodig, dan legt zij dit voor aan de kinderrechter en die neemt het besluit om wel of geen OTS op te leggen.

De kinderrechter wil ook jouw mening en de mening van het kind horen voordat hij een beslissing neemt. Als een kind 12 jaar of ouder is, moet de kinderrechter zijn of haar mening vragen. Wanneer je hiermee te maken krijgt, dan is het verstandig om hulp te vragen van een advocaat bij de zitting. Ook kun je hierover contact opnemen met de vertrouwenspersoon. Vertel jouw verhaal en we bekijken samen welke stappen je kunt zetten.

De Raad voor de Kinderbescherming gaat onderzoek doen. Wat houdt dit in?

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet duidelijk maken wat de situatie van het kind en jouw gezin is. Wat is het beste voor het kind? Een raadsonderzoeker gaat met jou en je kind praten en met de betrokken hulpverleners. Het gaat o.a.  over de ontwikkeling van het kind, de situatie thuis en de hulp die je al hebt (gehad). De raadsonderzoeker kan bijvoorbeeld gaan praten met de huisarts, een leerkracht en anderen.

Vind je het belangrijk dat de raadsonderzoeker met een bepaald persoon gaat praten? Dan kun je hem of haar als informant voordragen aan de raadsonderzoeker. Samen met een gedragsdeskundige beschrijft de raadsonderzoeker de situatie in een rapport. Daar staat ook het advies in. Dit bespreekt hij of zij met je en jij mag ook je mening geven. Wat feitelijk niet klopt moet veranderd worden. Gaat het om een verschil in mening of visie, dan mag je jouw mening eraan toevoegen. Als dat gebeurd is wordt het rapport definitief. Meestal stuurt de Raad daarna het rapport aan jou en soms ook aan het kind. Afhankelijk van de situatie gaat het rapport naar de rechter, de officier van justitie of het ministerie van Veiligheid en Justitie. De rechter beslist uiteindelijk of het advies van de Raad wordt opgevolgd of niet.

Mijn kind wordt onder toezicht gesteld (OTS). Wat betekent dat?

Als de ontwikkeling van het kind door problemen in een gezin in gevaar komt, kan een kind onder toezicht worden gesteld (OTS). Als de kinderrechter een kind onder toezicht stelt, zorgt de jeugdbescherming voor een gezinsvoogd/jeugdbeschermer. De ouder/verzorger en het kind moeten deze hulp accepteren. De gezinsvoogd begeleidt het kind en helpt de ouder/verzorger bij het oplossen van de problemen.

De ouder/verzorger houdt wel het gezag over het kind. De ouder/verzorger blijft dus zelf verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. Ook blijft toestemming nodig om grote beslissingen te nemen over het kind (bijvoorbeeld schoolkeuze en inschrijven in een woonplaats). De gezinsvoogd kan daarbij helpen. Het doel van de OTS is dat er na een tijd weer door de ouder/verzorger van het kind gezorgd kan worden.

Binnen 6 weken na de start van de OTS moet de gezinsvoogd een Plan van Aanpak opstellen. Bij de opstelling daarvan dient de ouder/verzorger betrokken te worden. In dit Plan van Aanpak worden de doelen gesteld waaraan gewerkt dient te worden en het Plan vormt daarmee de basis voor de hulp die tijdens de OTS wordt geboden. De ouder/verzorger krijgt de mogelijkheid om de mening aan het Plan toe te voegen, voordat het definitief wordt.

Ze dreigen met een uithuisplaatsing (UHP). Wat kan ik doen?

Een kind kan alleen uit huis geplaatst worden als de kinderrechter daar een machtiging voor heeft gegeven. Soms is het ook de beste oplossing. Een uithuisplaatsing (UHP) betekent niet dat je geen contact meer met het kind mag hebben. Kinderen hebben recht op contact met hun ouder(s) en andersom. Wanneer je een uithuisplaatsing wil voorkomen is het belangrijk is dat je de hulp van de jeugdbescherming accepteert. Vraag waarom er met een UHP gedreigd wordt en wat er van jou verwacht wordt om dit te voorkomen. Geef ook aan wat je nodig hebt om aan deze verwachtingen te kunnen voldoen.

Heeft de kinderrechter al een besluit genomen tot uithuisplaatsing, dan kun je daartegen in hoger beroep gaan. Hiervoor heb je een advocaat nodig. Een uithuisplaatsing wil niet zeggen dat het kind naar een instelling voor gesloten jeugdhulp moet. Daarvoor moet de kinderrechter een andere machtiging afgeven. Afhankelijk van de situatie kan uw kind na een uithuisplaatsing bij (netwerk)pleegouders of in een open instelling geplaatst worden.

Ik mag mijn kind niet (vaak genoeg) zien. Wat kan ik doen?

Als de kinderrechter geen omgangsverbod heeft opgelegd, heb je het recht om je kind te zien.  Jouw kind heeft ook het recht om jou te zien. Ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd/jeugdbeschermer, een omgangsregeling afspreken. Is de omgangsregeling vastgelegd in een beschikking van de rechter? Dan moet iedereen zich hieraan houden en kan dit niet zomaar door een jeugdhulpverlener of een ouder gewijzigd worden.

Wil je jouw kind vaker zien dan in de omgangsregeling staat? Dan kun je dit verzoeken bij de rechter. De vertrouwenspersoon kan je helpen om uit te zoeken wat er aan de hand is als je jouw kind niet of niet vaak genoeg mag zien. In dit verhaal kun je lezen hoe we zoiets aanpakken.

Ze dreigen met het beëindigen van mijn gezag. Wat kan ik doen?

Alleen de kinderrechter kan het ouderlijk gezag afnemen. Als u opvoedproblemen hebt en de hulp die u krijgt niet helpt, kan de jeugdbescherming de Raad voor de Kinderbescherming erbij halen. De Raad bekijkt dan of de ontwikkeling van uw kind ernstig in gevaar is. Er moet dan sprake zijn van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind. Ook moet blijken dat de ouder(s) niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding kan dragen binnen aanvaardbare termijn.

Als dat zo is, vraagt de raad de kinderrechter om uw gezag over uw kind te beëindigen. Maar de kinderrechter wil ook uw mening horen. En wat uw kind ervan vindt – als hij of zij 12 jaar of ouder is. Het is verstandig een advocaat in te schakelen als u hiermee te maken krijgt. Als u het idee hebt dat de jeugdbescherming onterecht dreigt, schakel dan de vertrouwenspersoon in. Samen bekijken we uw situatie. En de vertrouwenspersoon kan u adviseren over de stappen die u kunt zetten en daarbij helpen.

Ik ben het niet eens met de schriftelijke aanwijzing. Wat kan ik doen?

Een schriftelijke aanwijzing is een opdracht die gaat over de opvoeding en verzorging van een kind. Die opdracht moet je uitvoeren. Bijvoorbeeld: zorg ervoor dat het kind naar school gaat. Een schriftelijke aanwijzing kan zich alleen richten tot het kind en tot de ouder die het gezag uitoefent. Je krijgt altijd eerst bericht dat de jeugdbescherming van plan is om je een schriftelijke aanwijzing te geven. De jeugdbescherming kan de kinderrechter verzoeken de aanwijzing te bekrachtigen als de aanwijzing niet wordt opgevolgd.

Wanneer je het er niet mee eens bent, kun je de kinderrechter vragen om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen. Dit moet je vragen binnen twee weken nadat je de schriftelijke aanwijzing hebt gekregen. Je hebt hier geen advocaat voor nodig. Als de situatie  is veranderd, kan dat ook een reden zijn om te vragen de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen. Neem in dat geval contact op met de jeugdbescherming. Als je dat lastig of ingewikkeld vindt, kan de vertrouwenspersoon je hierbij helpen.

Ik ben het niet eens met de beslissing van de jeugdhulpverlener. Wat nu?

Iedere mening is belangrijk. Dus die mag je laten horen. Je kunt je eigen mening zelf aangeven bij de jeugdhulpverlener, maar een vertrouwenspersoon kan je hierbij ook bij helpen. Allereerst moet goed duidelijk zijn waarom je het niet met de jeugdhulpverlener eens bent. De vertrouwenspersoon is er om samen te bekijken of er redenen zijn voor een gesprek. Zo ja, dan kun je samen met de vertrouwenspersoon een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener.

Samen met de vertrouwenspersoon bereidt je het gesprek voor en zorg je dat jouw mening in een brief of e-mail naar de jeugdhulpverlener gaat. Meestal is een gesprek voldoende om tot een oplossing te komen. De vertrouwenspersoon kan bij het gesprek zijn en erop letten dat alles goed besproken wordt. Dit verhaal is een voorbeeld van hoe zoiets kan gaan.

Ik ben het niet eens met de rapportage/het dossier. Wat kan ik doen?

Het is altijd lastig wanneer je het niet eens bent met mensen die over jouw situatie schrijven. Toch is het belangrijk om het hierover te hebben. Geef aan dat je het er niet mee eens bent en waarom. Als er feitelijke zaken in staan die echt niet kloppen, dan moet dit worden aangepast. Gaat het om een menings- of visieverschil, dan heb je er recht op dat je mening aan de rapportage en het dossier wordt toegevoegd. Heb je hier geen gelegenheid toe gekregen of blijf je onvrede houden? Dan kun je contact opnemen met een vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon kan je helpen om klachten te verwoorden. Bijvoorbeeld door samen een brief te schrijven. Naar aanleiding van die brief volgt vaak een uitnodiging voor een gesprek waarin je samen de zaak kunt rechtzetten. Voor het gesprek kan de vertrouwenspersoon je ook ondersteunen, door het goed voor te bespreken of door mee te gaan. Lees ook dit verhaal.

Ik ben ontevreden over de gezinsmanager/jeugdbeschermer. Wat kan ik doen?

Het kan zijn dat je niet goed kunt opschieten met de gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Bespreek dit dan eerst met de betreffende hulpverlener zelf. Kom je er met hem of haar niet uit, dan kun je een klachtgesprek aanvragen met de leidinggevende van de betreffende medewerker. Dit gesprek kun je aanvragen door het formuleren van een klachtbrief gericht aan de leidinggevende. In deze brief geef je aan waar je ontevreden over bent en wat je graag zou willen bereiken met het gesprek. Tijdens dit gesprek kun je verder uitleggen wat je niet prettig vindt en hoe je het liever zou willen. Vraag ook altijd om een gespreksverslag waarin gemaakte afspraken worden genoteerd.

Als je in deze fase geen vertrouwen meer hebt in de betreffende gezinsmanager/jeugdhulpverlener, kun je bij de leidinggevende het verzoek indienen om een andere hulpverlener te krijgen. Geef altijd een onderbouwing voor dit verzoek. Een verzoek indienen betekent niet dat je automatisch een andere hulpverlener krijgt, maar wel dat er serieus naar de aanvraag gekeken moet worden. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je advies geven over en/of ondersteunen bij het verwoorden en bespreekbaar maken van je klachten. De vertrouwenspersoon kan met je meegaan naar klachtgesprekken en let erop dat ze goed naar je luisteren en antwoord geven op eventuele vragen. Heeft ook het gesprek met de leidinggevende niets opgelost en blijft je onvrede bestaan? Dan kun je met de klachten terecht bij de onafhankelijke klachtencommissie. De contactgegevens van de klachtencommissie kun je vinden op de website van de instelling en anders opvragen bij de instelling zelf. Ook bij de route naar de klachtencommissie kan de vertrouwenspersoon je informatie en advies geven en, indien nodig, ondersteuning bieden.

Ik ben het niet eens met het verleningsbesluit van de gemeente. Wat kan ik doen?

De gemeente geeft het verleningsbesluit af. Zo’n verleningsbesluit heb je nodig, omdat je daarmee naar een jeugdhulporganisatie gaat die je kan helpen met de problemen in het gezin. Wanneer je het niet eens bent met het verleningsbesluit, kun je daartegen bezwaar maken bij burgemeester en wethouders (B&W) in de betreffende gemeente. Wordt het bezwaar verworpen, dan kun je daartegen in beroep gaan bij de kinderrechter. De vertrouwenspersoon kan je informeren en adviseren over de mogelijkheden van bezwaar en/of beroep, en daar zo nodig bij ondersteunen.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij betekenen?

Als ouder/verzorger ben je afhankelijk van de instelling die helpt bij de opvoeding. Daardoor wordt het lastiger om bijvoorbeeld zaken te bespreken waarover je niet tevreden bent. De mening van de medewerkers van de instelling is belangrijk. Wanneer je kritiek hebt of een andere mening, kan het moeilijk voor zijn om dat aan de medewerkers te laten weten. Terwijl het juist zo belangrijk is.

De vertrouwenspersoon is er om je te helpen. Als er dingen die niet goed lopen in de hulpverlening, kun je de vertrouwenspersoon inschakelen. Als je wilt dat er dingen veranderen, dan kan de vertrouwenspersoon je adviseren over de stappen die je daarvoor kunt zetten en je daarbij ook helpen. Van hulp bij brieven of e-mails schrijven tot ondersteuning bij klachtgesprekken. Ook geeft de vertrouwenspersoon uitleg over je rechten en plichten.