Ik wil een andere gezinsvoogd/jeugdhulpverlener. Kan dat?

Het kan zijn dat je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Bespreek dit eerst met de gezinsvoogd of jeugdhulpverlener zelf. Heb je dit al gedaan, lukt het niet of vind je het spannend om alleen te doen, dan kan een vertrouwenspersoon je hierbij helpen. Samen kunnen jullie dan een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener. Vaak is er dan ook een leidinggevende bij. Meestal schrijf je dan eerst samen een brief. Daarin leg je uit wat je lastig of vervelend vindt aan de samenwerking met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Die brief stuur je naar de gezinsvoogd of de instelling.

Daarna ga je meestal praten met elkaar. Je kan dit gesprek alleen doen, maar als jij dat wilt is de vertrouwenspersoon er ook bij. Jij mag vertellen wat je niet prettig vindt en hoe je het eigenlijk zou willen. De vertrouwenspersoon helpt je en let erop dat ze goed naar je luisteren. Als de leidinggevende ook bij dit gesprek aanwezig is, kan je aan hem/haar vragen of je een andere gezinsvoogd of jeugdhulpverlener kunt krijgen. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en helpt je erbij.

Ik wil ergens anders wonen (andere groep/naar huis/bij andere ouder). Wat kan ik doen?

Als je ergens anders wilt wonen, is het allereerst belangrijk dat je dat zegt. Het is niet zo dat zo’n beslissing zomaar wordt genomen. Vertel daarom aan de groepsleiding of je (pleeg)ouders waarom je ergens anders wilt wonen. Er zijn redenen waarom je nu op deze plek bent. Er zijn ook redenen waarom je weg wilt. Misschien zijn er dingen veranderd. Bij jou, in de instelling of nog iets anders. Praat erover, dan weten ze ervan. Als je er niet uitkomt, mag je altijd contact zoeken met een vertrouwenspersoon. Die kan je helpen om duidelijk te maken wat jij vindt en kan, als jij dat wilt, met jou meegaan om dit bespreekbaar te maken.

Als de rechter heeft besloten dat je ergens anders moet wonen (je hebt dan een machtiging uithuisplaatsing), dan kan de instelling waar je woont bepalen dat het niet meer nodig is om uithuisgeplaatst te zijn en dat je bijvoorbeeld weer thuis kan gaan wonen. Als de instelling dat niet bepaalt en je bent 12 jaar of ouder, dan kan je dit zelf aan de rechter vragen. Je kan de rechter dan een brief schrijven.

Hoe ouder jij bent, hoe meer de kinderrechter rekening moet houden met jouw mening. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en kan je daarbij helpen. Verblijf je in een instelling voor gesloten jeugdhulp (omdat de rechter een machtiging voor verblijf in een gesloten instelling heeft afgegeven), dan blijf je daar tot de machtiging af loopt. Als de instelling waar je verblijft het niet meer nodig vindt dat je daar blijft, dan kunnen zij de machtiging schorsen. Je gaat ergens anders wonen (thuis of in een open instelling). Is het daarna toch weer nodig dat je terug moet naar de instelling, dan kunnen zij de schorsing intrekken.

Ik wil mijn vader/moeder zien, maar dat mag niet. Wat kan ik doen?

Als je 12 jaar of ouder bent mag je zelf meedenken. Je mag dus zeggen dat je je vader of moeder weer wilt zien. Het is belangrijk dat je dat zegt tegen jouw ouders en/of de mensen van de instelling. Je hebt recht op omgang met je ouders, maar er kunnen best redenen zijn waarom het niet mocht. Je mag altijd vragen of dat nog steeds zo is. Je ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd, afspraken maken over wanneer je welke ouder ziet. Dat heet een omgangsregeling.

De rechter kan ook een omgangsregeling maken. Je ouders, maar ook jijzelf kan aan de rechter vragen om een omgangsregeling te maken of te veranderen. Dit doe je door een brief te schrijven aan de rechter. De vertrouwenspersoon kan je helpen om te kijken wat er mogelijk is in jouw geval. Dus neem contact op; wij zijn er om jou te helpen.

Met wie mogen ze informatie over mij delen?

De groepsleiding en andere jeugdhulpverleners moeten regelmatig aan de jeugdbeschermer en aan de kinderrechter laten weten hoe het met je gaat. Als je onder toezicht staat, mag er met de jeugdbeschermer informatie gedeeld worden die belangrijk is voor deze ondertoezichtstelling (OTS). Voordat ze informatie over jou geven, moeten ze dit eerst met jou bespreken. Dit geldt ook als de groepsleiding met je jeugdbeschermer of met je ouders over jou wil overleggen.

Als je zestien jaar of ouder bent, kan de instelling alleen informatie over jou delen met je ouders als jij dat goed vindt. Ben je jonger dan zestien jaar en wil je dat je ouders bepaalde informatie over jou niet te horen krijgen? Overleg hierover dan met je gedragswetenschapper.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij doen?

De vertrouwenspersoon is er om jou te helpen. Bijvoorbeeld als je het ergens niet mee eens bent. Of als je vindt dat ze niet naar je luisteren. Als je (weer) contact wilt met je ouder(s). Of juist niet. De vertrouwenspersoon is er speciaal voor jou als jongere. Om je informatie en advies te geven, te ondersteunen en naar je te luisteren. Hij of zij kan je ook helpen bij naar klachtgesprekken met de instelling of anderen.

Je hoeft niet bang te zijn dat de vertrouwenspersoon met jouw verhaal naar de groepsleiding of naar je ouders gaat. Dat mag alleen als je hem of haar iets vertelt dat gevaarlijk is voor jou of de mensen om je heen. En de vertrouwenspersoon bespreekt dit altijd eerst met jou. Er gebeurt niets buiten jou om. Bovendien, de vertrouwenspersoon is onafhankelijk, dus hij of zij werkt niet voor de instelling. Iedere instelling moet er ook voor zorgen dat je terecht kunt bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Meestal komt de vertrouwenspersoon op vaste tijden op de groep. Je mag de vertrouwenspersoon ook altijd bellen voor het maken van een afspraak.

Ze luisteren niet naar me. Wat kan ik doen?

Het is heel vervelend als je het gevoel hebt dat ze niet naar je luisteren. Daarom is het belangrijk om zoiets snel op te lossen. Je kunt natuurlijk nog een keer tegen de groepsleiding zeggen dat je wilt dat ze echt naar je luisteren en daar de tijd voor nemen. Maar je mag ook altijd hulp vragen van een vertrouwenspersoon. Samen zoeken we dan uit wat er aan de hand is. En vooral hoe je iets aan de situatie kunt veranderen. Want alleen als je goed met elkaar praat en naar elkaar luistert, kan er echt iets veranderen. En wij zijn er om jou te helpen.

Ik word uit huis geplaatst. Wat betekent dat?

Soms is het nodig om je uit je gezinssituatie te halen. Omdat die bijvoorbeeld onveilig is, het niet goed gaat met jou, of omdat je ouders niet goed voor je kunnen zorgen. Als jouw ouders (en misschien jijzelf ook wel) het ermee eens zijn dat je even ergens anders gaat wonen, dan noem je dit een vrijwillige plaatsing. Als je niet vrijwillig uit huis geplaatst wordt, heeft de kinderrechter daar een besluit over genomen. Op basis van de adviezen van mensen die met jou en je familie hebben gepraat.

Als je 12 jaar of ouder bent zal de kinderrechter ook naar jouw mening luisteren. Uithuisplaatsing gebeurt omdat het beter voor je is op dat moment en je krijgt hulp om ervoor te zorgen dat het beter gaat. Je ouder(s) krijgen ook hulp, want als het kan moet het gezin weer bij elkaar kunnen komen. Als je uit huis geplaatst wordt, betekent dit dat je of naar een groep gaat, of naar je andere ouder of naar een (netwerk)pleeggezin.

Ik krijg een (gezins)voogd/jeugdbeschermer. Wat betekent dat?

Als het niet goed gaat thuis, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Dat gebeurt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming die eerst onderzoek doet naar de situatie bij jou thuis. Als je ouders/opvoeders niet goed voor je zorgen, kan de kinderrechter dus besluiten dat een gezinsvoogd moet komen helpen. Je gezinsvoogd houdt in de gaten of het goed met je gaat. Of je genoeg eten krijgt, genoeg kleren hebt. Of je naar school gaat, hulp krijgt als je ziek bent en niet geslagen wordt door je ouders. Maar ook of jij je goed voelt in je werk, hobby’s en sport.

Een gezinsvoogd praat met jou en luistert naar je. De gezinsvoogd hoeft niet precies te doen wat jij wilt, maar hij of zij moet dat wel goed aan je uitleggen. Als je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd, dan kun je dit bespreken met hem of haar, of om een gesprek met iemand van de gezinsvoogdij-instelling vragen. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je daarbij helpen.

Ik word in een gesloten instelling geplaatst. Wat betekent dat?

Zo’n plaatsing is bedoeld om jou te helpen. Het is geen straf. Je krijgt hulp in een gesloten omgeving omdat de kinderrechter vindt dat dit nu de beste oplossing voor je is. Het is dus uiteindelijk de kinderrechter die de beslissing neemt, dit wordt een beschikking gesloten machtiging genoemd. In deze beschikking staat hoe lang je in een gesloten instelling moet blijven. Dit kan 3 of 6 maanden zijn, maar nooit langer dan een jaar. Na afloop van de machtiging kan de kinderrechter opnieuw beslissen over je plaatsing. De instelling mag dus niet zelf beslissen dat je langer moet blijven. De instelling kan wel beslissen dat je eerder weg mag als het goed gaat; je machtiging wordt dan geschorst. Gaat het dan, als je ergens anders bent, toch niet zo goed, dan kan je weer terug naar de gesloten instelling.

Als je in een gesloten instelling wordt geplaatst, krijg je daar een behandeling. Je leert hoe je je leven beter kunt inrichten en hoe je beter met jezelf en met anderen kunt omgaan (sociale vaardigheden). Je verblijf is zo kort mogelijk en zo lang als nodig. Je familie wordt erbij betrokken. De behandeling die jij krijgt staat in jouw hulpverleningsplan. Dit plan mag jij altijd inzien. Je gaat in zo’n instelling ook naar school. Veel instellingen hebben op hun eigen terrein een school. Zo niet, dan ga je naar een school in de buurt.

Ik ben het niet eens met mijn plaatsing. Wat kan ik doen?

Soms is het nodig om je uit de gezinssituatie te halen. Omdat die bijvoorbeeld onveilig is. Als je het niet eens bent met waar je geplaatst bent, kan je dit bespreken met jouw jeugdhulpverlener. Geef daarbij goed aan waarom je het er niet mee eens bent en wat je dan wel zou willen. Een vertrouwenspersoon kan jou hierbij helpen. Je gezinsvoogd/jeugdbeschermer kan beslissen om de uithuisplaatsing te stoppen, dus je kan het hem of haar vragen.

Wil je gezinsvoogd/jeugdbeschermer je uithuisplaatsing niet stoppen en ben je 12 jaar of ouder dan kan je zelf de kinderrechter vragen om de uithuisplaatsing te stoppen. Je kan de rechter hierover een brief schrijven. Ben je het niet eens met een gesloten plaatsing? Dan heb je het recht om samen met je advocaat in hoger beroep te gaan tegen je plaatsing. Dit betekent dat een andere ‘hogere’ rechter opnieuw kijkt of de plaatsing wel echt nodig is. Vraag een vertrouwenspersoon om advies als je er niet uitkomt.