Ik word 18 jaar. Wat gaat er gebeuren?

Zit je in een gesloten instelling? Eigenlijk is 18 jaar de maximumleeftijd, maar soms mag je nog een half jaar blijven na je 18e. Bijvoorbeeld als je nog moet wachten op je vervolgtraject. Wel moet de rechter hier dan een machtiging voor afgeven. Lees hier meer over wat er allemaal verandert als je 18 wordt. Of download de pdf.

Mogen ze zomaar op mijn kamer komen?

Verblijf je in een gesloten instelling? Dan kan het zo zijn dat jouw kamer vaker gecontroleerd wordt. Bijvoorbeeld als je terug komt van verlof. Wanneer je kamer gecontroleerd mag worden moet in jouw behandel-/hulpverleningsplan staan. Het is belangrijk dat je weet wat er in je behandel-/hulpverleningsplan staat. Daarom krijg je vaak een kopie hiervan. Heb je deze niet, dan kan je deze opvragen bij je mentor.

Mogen ze me vastpakken?

Verblijf je in een gesloten instelling? Dan mag de groepsleiding je in bepaalde situaties wel vastpakken en vasthouden. Bijvoorbeeld om je rustig te krijgen of om je naar de afzonderingsruimte te brengen. Of en wanneer ze dit mogen doen staat in je behandel-/hulpverleningsplan. Iedere instelling is verplicht om regels te hebben over fysiek ingrijpen. Die regels kun je opvragen.

Wat doet een vertrouwenspersoon?

Ouders en kinderen die met de jeugdhulp te maken krijgen, zijn daarvan afhankelijk. Dat maakt het soms lastig om zaken te bespreken die hen dwars zitten. Want het is nou eenmaal zo dat er ook wel eens iets fout gaat. Of dat de meningen verschillen. Als er zaken in de hulpverlening niet goed lopen, kan de vertrouwenspersoon daarbij helpen. Niet door het zelf op te lossen, maar door samen met het kind, de jongere of de (pleeg)ouder/verzorger de oplossing te vinden.

Het is belangrijk dat instellingen horen wat hun cliënten dwars zit. De vertrouwenspersoon is de brug tussen die mensen en de instelling(en). Als er dingen niet goed lopen in de hulpverlening is de vertrouwenspersoon er om de zaak weer in beweging te krijgen. Altijd samen met het kind, de jongere of de (pleeg)ouder/verzorger. Samen met hen bekijken we wat er speelt en waar ze tegenaan lopen. Als ze vinden dat er dingen moeten veranderen, ondersteunt de vertrouwenspersoon bij de stappen die daarvoor nodig zijn. De vertrouwenspersoon kan helpen bij het schrijven van een brief, kan meegaan naar klachtgesprekken en legt uit wat de rechten en plichten zijn.

Elke gemeente moet zorgen dat jongeren en (pleeg)ouders/verzorgers terecht kunnen bij een vertrouwenspersoon. Het ministerie van VWS heeft het AKJ ingekocht om het vertrouwenswerk in de jeugdhulp uit te voeren. Iedere jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling moet er voor zorgen dat de vertrouwenspersoon haar of zijn taak kan uitoefenen. Meestal komt de vertrouwenspersoon op vaste tijden op de groep. Wie met jeugdhulp te maken heeft, mag de vertrouwenspersoon altijd bellen voor een afspraak.

Wat is het verschil met cliëntondersteuning?

De Jeugdwet verplicht gemeenten tot het beschikbaar stellen van een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor Jeugdwetcliënten. De Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten tot het inrichten van de functie onafhankelijk cliëntondersteuner voor het gehele sociale domein, dus ook voor cliënten van de Jeugdwet. Het AKJ voert in opdracht van het ministerie van VWS, het onafhankelijk vertrouwenswerk voor de Jeugdwet uit. Het AKJ heeft geen cliëntondersteuners in dienst.

Zowel cliëntondersteuners als vertrouwenspersonen kunnen informatie en advies geven aan cliënten die vragen hebben over de jeugdhulp. De cliëntondersteuner kan een cliënt al bijstaan op het moment dat er wordt gezocht naar hulp. Hij ondersteunt dan bij inhoudelijke/hulpverlenende gesprekken en kan ook voor de cliënt op zoek gaan naar de hulp die iemand graag wil hebben. De vertrouwenspersoon doet dan niet.

De vertrouwenspersoon wordt meestal pas benaderd als er al hulp is en daar vragen, problemen of klachten over ontstaan. De vertrouwenspersoon ondersteunt een cliënt bij het bespreekbaar maken van vragen, problemen of klachten en daarover helderheid te krijgen. Als dit is opgelost, dan stopt ook de ondersteuning van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon ondersteunt niet bij inhoudelijke hulpverleningsgesprekken, maar enkel bij vraag/klachtgesprekken.

Tenslotte is een groot verschil dat vertrouwenspersonen actief op bezoek gaan bij jongeren die in jeugdhulpinstellingen verblijven. Dat doet een cliëntondersteuner niet.

Heeft een cliënt altijd recht op een vertrouwenspersoon?

Iemand die jeugdhulp krijgt, heeft altijd recht op een vertrouwenspersoon. Dus elk kind, elke jongere, elke (pleeg)ouder en elke verzorger die op de een of andere manier met jeugdhulp te maken heeft, kan een beroep doen op het AKJ. Onze vertrouwenspersonen zijn deskundig op alle terreinen van de jeugdhulp. Ze staan cliënten bij met raad en daad.

Dient het AKJ klachten in namens cliënten?

Nee, het AKJ dient niet zelf klachten in. Dat doen de cliënten – zij zijn immers degenen die een klacht hebben. Het AKJ helpt cliënten bijvoorbeeld wel bij het opstellen van een klachtbrief. Hierbij verwoordt de vertrouwenspersoon de klachten van de cliënt; het blijven altijd de klachten van de cliënt. Mocht een cliënt besluiten geen klacht in te dienen , dan gaat de vertrouwenspersoon er ook niet mee verder.

Wat is de rol van de vertrouwenspersoon op een groep?

Een vertrouwenspersoon komt op een groep om te vertellen wat hij/zij kan doen voor de jongeren. Elke jongere moet weten dat hij of zij recht heeft op ondersteuning van de vertrouwenspersoon. Die kan informatie en advies geven bij het oplossen van problemen en klachten, helpen bij het verwoorden van klachten en bij het voeren van een (klacht)gesprek daarover met de groepsleiding. Als het een officiële klacht wordt, kan de vertrouwenspersoon helpen bij het formuleren van de klacht en meegaan naar de klachtencommissie.

De vertrouwenspersoon vertelt niet aan de groepsleiding wat de jongere met hem of haar bespreekt, tenzij dit gevaarlijk is voor de jongere of de mensen om hem of haar heen. In dat geval moet de vertrouwenspersoon daar iets mee doen. Dit bespreekt hij/zij altijd eerst met de jongere.

Iedere jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling moet ervoor zorgen dat de vertrouwenspersoon haar/zijn taak kan uitoefenen. Meestal komt de vertrouwenspersoon op vaste tijden op de groep. Een jongere mag de vertrouwenspersoon altijd bellen of e-mailen voor informatie en advies, of voor het maken van een afspraak – ook buiten de vaste bezoektijden om.

Wat doen vertrouwenspersonen met wat cliënten aan hen vertellen?

De informatie die vertrouwenspersonen van cliënten krijgen, blijft binnenskamers. Alleen wanneer uit de informatie blijkt dat er een gevaarlijke situatie kan ontstaan, zal de vertrouwenspersoon dit melden. De vertrouwenspersoon bespreekt dit altijd met de cliënt en zal altijd proberen dit dan samen met de cliënt te vertellen aan de betrokken hulpverlener.

Vertrouwenspersonen informeren en adviseren kinderen, jongeren, hun (pleeg)ouders en verzorgers over vragen, problemen of klachten over de jeugdhulp. Wij vertellen hen wat hun rechten en mogelijkheden zijn. We verwijzen hen naar de juiste persoon om een probleem mee te bespreken. Vaak spelen we een rol bij het bespreekbaar maken van vragen, problemen of klachten. Dat is voor veel jeugdigen en ouders of verzorgers niet altijd zo eenvoudig en daarom kunnen we hen daarbij ondersteunen.

Ons uitgangspunt is om onvrede van cliënten op een zo laag mogelijk niveau bespreekbaar te maken. In veel gevallen is een gesprek met de jeugdhulpverlener of de leidinggevende voldoende om tot een oplossing te komen. Soms komen we toch uit op een procedure richting de klachtencommissie. Wij adviseren onze cliënten over de weg die ze kunnen afleggen, maar uiteindelijk bepalen zij zelf de route.

Wat kan een vertrouwenspersoon voor mij als hulpverlener betekenen?

Onze vertrouwenspersoon ondersteunen enkel cliënten in de jeugdhulp en geen professionals. Echter, ze geven wel voorlichting aan professionals over het vertrouwenswerk. Voor professionals is het belangrijk om de actuele informatie over het vertrouwenswerk te kennen en te delen. U bent degene die ervoor zorgt dat de toegang tot het vertrouwenswerk voor elke cliënt laagdrempelig en bereikbaar is.

Ook kunt u er samen met ons voor zorgen dat cliënten zich vrij voelen om contact te zoeken met – en ondersteuning te vragen van – een vertrouwenspersoon van het AKJ of Zorgbelang. Dat kunt u doen door op de website van uw organisatie melding te maken van het recht op toegang tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon en door het beschikbaar stellen of uitdelen van de folders van het AKJ.

Verder kan de vertrouwenspersoon een rol spelen in het overleg en de communicatie met uw cliënten. Vertrouwenspersonen zijn er om zaken te verhelderen, rechten en plichten te verduidelijken en om te zorgen dat ouders en kinderen met vertrouwen verder kunnen in de jeugdhulp. En dat is ook in het belang van iedere hulpverlener.

Kan ik informatie over een cliënt delen met de vertrouwenspersoon, of overleggen over een cliënt?

Nee, dat kan niet. De vertrouwenspersonen zijn er voor ouders/verzorgers, jongeren en kinderen die te maken krijgen met de jeugdhulp. De vertrouwenspersoon ondersteunt en begeleidt hen en doet niets zonder hun medeweten. Om de onafhankelijkheid van ons werk te waarborgen, delen we geen informatie over cliënten.

Ook is het belangrijk dat u geen informatie met de vertrouwenspersonen deelt, zonder dat de cliënt daarbij is. Mocht dat wel voorkomen, dan vragen wij u deze informatie ook te delen met de cliënt. De vertrouwenspersoon gaat dus niet vooraf met u in overleg over een cliënt. Wel kan het zijn dat een vertrouwenspersoon met u overleg heeft voor het plannen van een afspraak, maar inhoudelijk wordt dan niet op de zaak in gegaan.

Wat gebeurt er als een cliënt over mij klaagt bij het AKJ?

Allereerst gaan we met degene die klaagt in gesprek. Samen met hem of haar zoeken we uit wat er speelt. Als het even kan, proberen we het probleem via een gesprek met u op te lossen. We helpen de cliënt een gesprek met u aan te vragen, meestal door middel van een brief. Het komt voor dat gevraagd wordt of uw leidinggevende kan aansluiten bij dat gesprek. U of uw leidinggevende zal dan de cliënt en de vertrouwenspersoon uitnodigen om te praten over de punten die de cliënt in de brief benoemd heeft.

De vertrouwenspersoon ondersteunt de cliënt tijdens zo’n gesprek. Bijvoorbeeld door zijn of haar standpunten te verduidelijken of door ervoor te zorgen dat de cliënt zich echt gehoord voelt. We hebben gemerkt dat een groot deel van de klachten door zo’n gesprek al wordt opgelost.

Als een dergelijk gesprek voor een cliënt niet of onvoldoende tot een oplossing leidt, dan kan de vertrouwenspersoon de cliënt informeren over wat hij/zij nog meer kan doen met de klachten. De cliënt kan deze bijvoorbeeld ter beoordeling voorleggen aan de klachtencommissie van de instantie waar u werkt. Als de cliënt dat wil, dan kan de vertrouwenspersoon daar ook bij ondersteunen. De cliënt kan dit echter ook zelf doen, zonder hulp van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon kan een cliënt adviseren over de te volgen route, echter het is de cliënt die bepaalt welke stappen hij of zij (eventueel met ondersteuning van de vertrouwenspersoon) onderneemt. De vertrouwenspersoon zal niet zelf contact met u opnemen om met u naar een oplossing te zoeken voor de klacht van de cliënt.

De vertrouwenspersoon heeft ook een signalerende functie. Wat gebeurt er met die signalen?

Dat hangt af van de signalen die de vertrouwenspersoon ziet of hoort. Als hij of zijn merkt dat er zaken plaatsvinden die afbreuk doen aan de (rechts)positie van de cliënten of aan de behandeling van klachten, is het belangrijk om daar iets aan te doen. Als het gaat om zaken die relatief eenvoudig op te lossen zijn, zal de vertrouwenspersoon dit bij de organisatie aankaarten. Het doel daarvan is om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren.

Als er niets gedaan wordt met een afgegeven signaal, kan de vertrouwenspersoon een officiële melding maken. Vaak wordt dan eerst op directieniveau overlegd. In het uiterste geval kan de gemeente of de inspectie erbij gehaald worden. Als de vertrouwenspersoon signalen krijgt dat de veiligheid van iemand in het geding is, dan zal de vertrouwenspersoon hiervan altijd melding doen.

Hoe werkt het AKJ samen met instellingen, jeugd- en wijkteams en CJG’s?

De vertrouwenspersonen van het AKJ maken afspraken met de instellingen, jeugd- en wijkteams en CJG’s en gezinshuizen waarvan zij de cliënten ondersteunen. Zo worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de bezoekmomenten, met wie signalen besproken worden en aan wie de vertrouwenspersonen voorlichting geven over het vertrouwenswerk.

Daarnaast worden met instelling jaarlijks de activiteiten van de vertrouwenspersonen binnen de instelling op grote lijnen besproken. Hierbij wordt ook de samenwerking en de afspraken daarover geëvalueerd. Verder dan dat strekt de samenwerking niet. Zo wordt er geen informatie over cliënten gedeeld.

Wel brengen we periodiek rapportages uit met daarin de resultaten van ons werk en de tendensen die we signaleren. Instellingen ontvangen daarover een gedetailleerde jaarrapportage. Gemeenten ontvangen een jaarrapportage over de zogenaamde ‘toegang tot jeugdhulp’, met andere woorden: alle jeugdhulpinstanties die onder de verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente vallen.

Geeft het AKJ ook voorlichting over vertrouwenswerk?

Jazeker. Voorlichting is belangrijk omdat we daarmee een goed beeld kunnen geven van het vertrouwenswerk. Er blijken nogal eens misverstanden te zijn rondom de rol van vertrouwenspersonen. Iedereen die te maken krijgt met jeugdhulp heeft recht op de gratis en onafhankelijke ondersteuning van een vertrouwenspersoon.

Wilt u dat een vertrouwenspersoon voorlichting komt geven in uw organisatie of gemeente? Stuur uw verzoek dan aan ons via het contactformulier.

Waar kan ik terecht met een klacht over een vertrouwenspersoon van het AKJ?

Mocht u ontevreden zijn over het AKJ, dan kunt u dat altijd met ons bespreekbaar maken. Voor cliënten hebben wij een klachtregeling. Deze is niet van toepassing op professionals/hulpverleners, maar het spreekt voor zich dat ook professionals die te maken hebben gehad met een vertrouwenspersoon hun onvrede daarover bespreekbaar kunnen maken.

U kunt dit altijd met de betreffende vertrouwenspersoon bespreken om met degene op zoek te gaan naar een oplossing. Hierbij is het wel belangrijk om op te merken dat inhoud van de klacht van een cliënt niet aan de orde kan komen, in verband met onze vertrouwelijkheid en onafhankelijke positie. Maar u kunt altijd in gesprek over de manier waarop de vertrouwenspersoon de ondersteuning van een cliënt heeft aangepakt of u bejegend heeft. Lukt dat niet, dan kunt u de leidinggevende van de vertrouwenspersoon benaderen. Dat kan via het algemene nummer van het AKJ (088-5551000).

Wat zijn mijn rechten als pleegouder?

Als pleegouder heeft u recht op goede begeleiding van de pleegzorgorganisatie. Daarnaast heeft u ook recht op een pleegzorgvergoeding en pleegzorgverlofDe begeleider van de pleegzorgorganisatie moet u ook bij het hulpplan betrekken en u moet instemmen met het pleegzorgdeel van het plan. Ook moeten zij ervoor zorgen dat u op tijd genoeg informatie krijgt. Dat is nodig, want dat kunt u goed voor uw pleegkind zorgen. Het is aan de aanbieder van pleegzorg om te beslissen welke informatie de pleegouders nodig hebben om goede pleegzorg te kunnen bieden. Verder heeft u recht op kortdurend zorgverlof. U heeft in een aantal gevallen ook blokkaderecht. Als uw pleegkind langer dan een jaar bij u woont, dan moet de jeugdbeschermer toestemming van de kinderrechter vragen als zij willen dat uw pleegkind verhuist.

Is uw pleegkind onder toezicht gesteld, dan heeft u ook de mogelijkheid om een geschil over de uitvoering van de OTS aan de rechter voor te leggen. Hiervoor heeft u wel een advocaat nodig. Verder heeft u klachtrecht. Als u een klacht heeft over de pleegzorgorganisatie, kunt u een vertrouwenspersoon vragen om daarbij te helpen. De pleegouderraad (POR) vertegenwoordigt de pleegouders bij de pleegzorgorganisatie. Zij komen onder meer op voor de belangen van pleegouders en pleegkinderen.

 

Ik ben ontevreden over de pleegzorgbegeleiding. Wat kan ik doen?

Het kan gebeuren dat u niet tevreden bent over de begeleiding van de medewerker(s) van de pleegzorgorganisatie. Misschien krijgt u niet genoeg informatie. Of ze komen de afspraken niet na. De eerste stap is om zelf met de medewerker daarover te praten. Een goed gesprek lost het probleem vaak al op.

Als u er samen niet uit komt, kunt u contact opnemen met de leidinggevende van die medewerker en een klachtgesprek aanvragen. Als u ook na dit gesprek onvrede blijft houden, of niet gehoord wordt, dan heeft u de mogelijkheid om uw klachten in te dienen bij de externe klachtencommissie. Mocht u dit allemaal best lastig vinden, dan is de vertrouwenspersoon er om u hierover te adviseren en/of u hierbij te ondersteunen.

Wanneer heb ik recht op pleegzorgvergoeding?

Om recht te hebben op pleegzorgvergoeding moet er een officiële indicatie zijn. Dat wil zeggen dat officieel is vastgesteld dat een kind pleegzorg nodig heeft. Als pleegouder kunt u dan een vergoeding krijgen voor de kosten van de verzorging en opvoeding van uw pleegkind. U vraagt deze pleegvergoeding aan bij de pleegzorgorganisatie. Van hen krijgt u het geld. De overheid stelt ieder jaar vast wat het bedrag is van de pleegzorgvergoeding. De leeftijd van uw pleegkind bepaalt hoe hoog het basisbedrag is. Soms kunt u extra geld krijgen. Bijvoorbeeld als u extra kosten maakt bij crisisopvang; als u zorgt voor een kind met een handicap; of als u voor 3 of meer pleegkinderen zorgt. In het pleegcontract staat het bedrag aan pleegvergoeding waar pleegouders recht op hebben.

Ze willen mijn pleegkind uit huis halen. Wat kan ik doen?

Verblijft uw pleegkind een jaar of langer in uw pleeggezin, dan kunt u gebruikmaken van het blokkaderecht. Dat wil zeggen dat de ouder/voogd uw toestemming nodig heeft om de verblijfplaats van het kind te wijzigen.

Geeft u hiervoor geen toestemming, dan kan de ouders of voogd toestemming vragen aan de kinderrechter om het kind te laten verhuizen of ergens anders te plaatsten. De kinderrechter geeft hiervoor geen toestemming als dit niet in het belang van het kind is.

Mag ik het dossier van mijn pleegkind(eren) inzien?

Als pleegouder mag u uw eigen dossier inzien. Het dossier van uw pleegkind mag u niet lezen. Dat is wettelijk zo geregeld. Als pleegouder heeft u wel recht op de informatie die u nodig hebt voor de opvoeding en verzorging van het pleegkind. Die informatie deelt de pleegzorgorganisatie meestal voor de plaatsing met u. Dan kunt u zich voorbereiden. Het gaat dan bijvoorbeeld over de gezondheid en de samenstelling van het gezin van het pleegkind.

Hoe word ik netwerkpleegouder?

Voor een kind uit uw familie/sociale netwerk zoeken de jeugdhulpverlener of jeugdbescherming een pleeggezin. Als u dat weet, kunt u zelf aangeven dat u netwerkpleegouder wilt worden. Men spreekt van netwerkpleeggezin als de pleegouders deel uitmaken van het sociale netwerk van het gezin van de pleegkinderen. U zoekt dan contact met de organisatie die verantwoordelijk is voor de plaatsing van het pleegkind. Zoals de gezinsvoogdij instelling of, bij een vrijwillige plaatsing, de jeugdhulpverlening betrokken bij het kind.

Die organisatie bekijkt of u in aanmerking komt. Zo ja, dan start er een onderzoek door de organisatie voor pleegzorg om te kijken of u geschikt bent. Dat duurt drie maanden. Tijdens dit onderzoek wordt gelet op o.a. de leeftijd en de problematiek van het pleegkind, de samenstelling van het pleeggezin en de verwachte duur van de plaatsing. Als de conclusie is dat u geschikt bent, neemt de pleegzorgorganisatie contact met u op voor het vervolg. Als u vragen hebt, helpt de vertrouwenspersoon u graag verder.

Ik maak me zorgen om een kind. Waar kan ik terecht?

Als u zich zorgen maakt over een kind, kunt u terecht bij het jeugd- en wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in uw gemeente. De jeugd- en wijkteams en de CJG’s zijn er voor vragen over opvoeding, het opgroeien of de gezondheid van een kind. Als u denkt dat er sprake is van kindermishandeling kunt contact opnemen met de ‘Veilig Thuis’-organisaties. Bij Veilig Thuis kunt u (anoniem) advies vragen of een melding doen. ‘Veilig Thuis’ is 24 uur per dag bereikbaar op 0800-2000. U wordt automatisch doorgeschakeld naar ‘Veilig Thuis’ in uw eigen regio. Als er al jeugdbescherming is betrokken bij het kind, kunt u uw zorgen ook melden bij de jeugdbeschermer.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij betekenen?

Als pleegouder bent u afhankelijk van de instelling die u helpt bij de opvoeding. Daardoor wordt het lastiger om bijvoorbeeld zaken te bespreken waarover u niet tevreden bent. De mening van de medewerkers van de instelling over u is belangrijk. Dus als u kritiek heeft, of een andere mening, kan het moeilijk voor u zijn om dat aan de medewerkers te laten weten. Terwijl het juist zo belangrijk is dat de instelling ook uw kijk op de zaken hoort.

De vertrouwenspersoon is er om u te helpen. Als er dingen die niet goed lopen in de hulpverlening, kunt u de vertrouwenspersoon inschakelen. Als u wilt dat er dingen veranderen, dan kan de vertrouwenspersoon u adviseren over de stappen die u daarvoor kunt zetten en u daarbij ook helpen. Van hulp bij klachtbrieven of e-mails schrijven, tot ondersteuning bij klachtgesprekken. En de vertrouwenspersoon geeft uitleg over uw rechten en plichten. Uw pleegkind kan ook ondersteuning vragen van een vertrouwenspersoon bij vragen of klachten over de pleegzorgorganisaties of jeugdbescherming.

Mijn kind krijgt geen/niet de juiste hulp. Wat kan ik doen?

De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Als u hulp nodig hebt, gaat u allereerst naar uw gemeente. U krijgt dan advies en samen met de deskundigen bekijkt u met uw kind welke hulp het beste is. De meeste gemeenten hebben jeugd- /wijkteams of een Centrum voor Jeugd en Gezin die u kunnen helpen. U kunt zelf direct contact met ze opnemen. Maar het kan ook via de huisarts/ jeugdarts, zij kunnen rechtstreeks verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder.

De gemeente besluit welke hulp er wel of niet wordt ingezet, dat heet een verleningsbesluit. Als u geen hulp krijgt of niet de hulp die uw kind nodig heeft, kunt u bezwaar maken tegen dit besluit. De vertrouwenspersoon kan u daarbij helpen. Bijvoorbeeld door samen een brief of e-mail te schrijven. Maar ook door u te helpen als u in gesprek gaat met mensen van de gemeente over uw onvrede of klachten.

Ze dreigen met een ondertoezichtstelling (OTS). Wat kan ik doen?

Alleen de kinderrechter kan het besluit nemen voor een ondertoezichtstelling (OTS). Niemand anders. Voordat de kinderrechter zo’n beslissing neemt, is er vaak al heel wat gebeurd. Alleen de Raad voor de Kinderbescherming en het openbaar ministerie kunnen een aanvraag doen voor een OTS. De Jeugdbescherming kan dat dus niet zelf doen. Ze kunnen het wel aan de Raad voor de Kinderbescherming vragen. De Raad zal dan onderzoeken of dat nodig is of niet. Als de Raad vindt dat het nodig, dan legt zij dit voor aan de kinderrechter en die neemt het besluit om wel of geen OTS op te leggen.

De kinderrechter wil ook uw mening en de mening van uw kind horen voordat hij een beslissing neemt. Als uw kind 12 jaar of ouder is, moet de kinderrechter zijn of haar mening vragen. Als u hiermee te maken krijgt, dan is het verstandig om hulp te vragen van een advocaat bij de zitting. Ook kunt u hierover contact opnemen met de vertrouwenspersoon. Vertel uw verhaal en we bekijken samen welke stappen u kunt zetten.

De Raad voor de Kinderbescherming gaat onderzoek doen. Wat houdt dit in?

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet duidelijk maken wat de situatie van uw kind en uw gezin is. Wat is het beste voor het kind? Een raadsonderzoeker gaat met u en uw kind praten en met bij uw gezin betrokken hulpverleners. Het gaat onder anderen over de ontwikkeling van uw kind, de situatie bij u thuis en de hulp die u al heeft (gehad). De raadsonderzoeker kan bijvoorbeeld gaan praten met de huisarts, een leerkracht en anderen.

Vindt u het belangrijk dat de raadsonderzoeker met een bepaald persoon gaat praten? Dan kunt u hem of haar als informant voordragen aan de raadsonderzoeker. Samen met een gedragsdeskundige beschrijft de raadsonderzoeker de situatie bij u in een rapport. Daar staat ook het advies in. Dit bespreekt hij of zij met u en u mag ook uw mening geven. Wat feitelijk niet klopt moet veranderd worden. Gaat het om een verschil in mening of visie, dan mag u uw mening eraan toevoegen. Als dat gebeurd is wordt het rapport definitief. Meestal stuurt de Raad daarna het rapport aan u en soms ook aan uw kind. Afhankelijk van de situatie gaat het rapport naar de rechter, de officier van justitie of het ministerie van Veiligheid en Justitie. De rechter beslist uiteindelijk of het advies van de Raad wordt opgevolgd of niet.

Mijn kind wordt onder toezicht gesteld OTS). Wat betekent dat?

Als de ontwikkeling van uw kind door problemen in uw gezin in gevaar komt, kan uw kind onder toezicht worden gesteld (OTS). Als de kinderrechter uw kind onder toezicht stelt, zorgt de jeugdbescherming voor een gezinsvoogd/jeugdbeschermer. U en uw kind moeten deze hulp accepteren. De gezinsvoogd begeleidt uw kind en helpt u bij het oplossen van de problemen.

U houdt wel het gezag over uw kind. U blijft dus zelf verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van uw kind. Ook blijft uw toestemming nodig om grote beslissingen te nemen over uw kind (bijvoorbeeld schoolkeuze en inschrijven in een woonplaats). De gezinsvoogd helpt u daarbij. Het doel van de OTS is dat u na een tijdje zelf uw kind weer kunt opvoeden en verzorgen.

Binnen 6 weken na de start van de OTS moet de gezinsvoogd een Plan van Aanpak opstellen. Bij de opstelling daarvan dient u betrokken te worden. In dit Plan van Aanpak worden de doelen gesteld waaraan gewerkt dient te worden en het Plan vormt daarmee de basis voor de hulp die tijdens de OTS wordt geboden. Ook krijgt u de mogelijkheid om uw mening aan het Plan toe te voegen, voordat het definitief wordt.

Ze dreigen met een uithuisplaatsing (UHP). Wat kan ik doen?

Een kind kan alleen uit huis geplaatst worden als de kinderrechter daar een machtiging voor heeft gegeven. Soms is het ook de beste oplossing. Een uithuisplaatsing (UHP) betekent niet dat u geen contact meer met uw kind mag hebben. Kinderen hebben recht op contact met hun ouder(s) en andersom. Als u een uithuisplaatsing wilt voorkomen is het belangrijk is dat u de hulp van de jeugdbescherming accepteert. Vraag waarom er met een UHP gedreigd wordt en wat er van u verwacht wordt om dit te voorkomen. Geef ook aan wat u nodig heeft om aan deze verwachtingen te kunnen voldoen.

Heeft de kinderrechter al een besluit genomen tot uithuisplaatsing, dan kunt u daartegen in hoger beroep gaan. Hiervoor heeft u een advocaat nodig. Een uithuisplaatsing wil niet zeggen dat uw kind naar een instelling voor gesloten jeugdhulp moet. Daarvoor moet de kinderrechter een andere machtiging afgeven. Afhankelijk van de situatie kan uw kind na een uithuisplaatsing bij (netwerk)pleegouders of in een open instelling geplaatst worden.

Ik mag mijn kind niet (vaak genoeg) zien. Wat kan ik doen?

Als de kinderrechter geen omgangsverbod heeft opgelegd, heeft u het recht om uw kind te zien. Uw kind heeft ook het recht om u te zien. Ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd/jeugdbeschermer, een omgangsregeling afspreken. Is de omgangsregeling vastgelegd in een beschikking van de rechter? Dan moet iedereen zich hieraan houden en kan dit niet zomaar door een jeugdhulpverlener of een ouder gewijzigd worden.

Wilt u uw kind vaker zien dan in de omgangsregeling staat? Dan kunt u dit verzoeken bij de rechter. De vertrouwenspersoon kan u helpen om uit te zoeken wat er aan de hand is als u uw kind niet of niet vaak genoeg mag zien. In dit verhaal kunt u lezen hoe we zoiets aanpakken.

Ze dreigen met het beëindigen van mijn gezag. Wat kan ik doen?

Alleen de kinderrechter kan het ouderlijk gezag afnemen. Als u opvoedproblemen hebt en de hulp die u krijgt niet helpt, kan een de jeugdbescherming de Raad voor de Kinderbescherming erbij halen. De Raad bekijkt dan of de ontwikkeling van uw kind ernstig in gevaar is. Er moet dan sprake zijn van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind. Ook moet blijken dat de ouder(s) niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding kan dragen binnen aanvaardbare termijn.

Als dat zo is, vraagt de raad de kinderrechter om uw gezag over uw kind te beëindigen. Maar de kinderrechter wil ook uw mening horen. En wat uw kind ervan vindt – als hij of zij 12 jaar of ouder is. Het is verstandig een advocaat in te schakelen als u hiermee te maken krijgt. Als u het idee hebt dat de jeugdbescherming onterecht dreigt, schakel dan de vertrouwenspersoon in. Samen bekijken we uw situatie. En de vertrouwenspersoon kan u adviseren over de stappen die u kunt zetten en daarbij helpen.

Ik ben het niet eens met de schriftelijke aanwijzing. Wat kan ik doen?

Een schriftelijke aanwijzing is een opdracht die gaat over de opvoeding en verzorging van uw kind. Die opdracht moet u uitvoeren. Bijvoorbeeld: zorg ervoor dat uw kind naar school gaat. Een schriftelijke aanwijzing kan zich alleen richten tot het kind en tot de ouder die het gezag uitoefent. U krijgt altijd eerst bericht dat de jeugdbescherming van plan is om u een schriftelijke aanwijzing te geven. De jeugdbescherming kan de kinderrechter verzoeken de aanwijzing te bekrachtigen als de aanwijzing niet wordt opgevolgd.

Als u het er niet mee eens bent, kunt u de kinderrechter vragen om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen. Dit moet u vragen binnen twee weken nadat u de schriftelijke aanwijzing heeft gekregen. U heeft hier geen advocaat voor nodig. Als de situatie bij u is veranderd, kan dat ook een reden zijn om te vragen de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen. Neem in dat geval contact op met de jeugdbescherming. Als u dat lastig of ingewikkeld vindt, kan de vertrouwenspersoon u hierbij helpen.

Ik ben het niet eens met de beslissing van de jeugdhulpverlener. Wat nu?

Uw mening telt ook. Dus die mag u laten horen. U kunt uw mening zelf aangeven bij de jeugdhulpverlener, maar een vertrouwenspersoon kan u daar ook bij helpen. Allereerst moet goed duidelijk zijn waarom u het niet met de jeugdhulpverlener eens bent. De vertrouwenspersoon is er om samen met u te bekijken of er redenen zijn voor een gesprek. Zo ja, dan kunt u samen met de vertrouwenspersoon een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener.

Samen met de vertrouwenspersoon bereidt u het gesprek voor en zorgt u dat uw mening in een brief of mail naar de jeugdhulpverlener gaat. Meestal is een gesprek voldoende om tot een oplossing te komen. De vertrouwenspersoon kan bij het gesprek zijn en erop letten dat alles goed besproken wordt. Dit verhaal is een voorbeeld van hoe zoiets kan gaan.

Ik ben het niet eens met de rapportage/het dossier. Wat kan ik doen?

Altijd lastig wanneer u het niet eens bent met mensen die over uw situatie schrijven. Toch is het belangrijk om het hierover te hebben. Geef aan dat u het er niet mee eens bent en waarom. Als er feitelijke zaken in staan die echt niet kloppen, dan moet dit worden aangepast. Gaat het om een menings- of visieverschil, dan heeft u er recht op dat uw mening aan de rapportage en het dossier wordt toegevoegd. Heeft u hier geen gelegenheid toe gekregen of blijft u onvrede houden? Dan kunt u contact opnemen met een vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon kan u helpen om uw klachten te verwoorden. Bijvoorbeeld door samen een brief te schrijven. Naar aanleiding van die brief volgt vaak een uitnodiging voor een gesprek waarin u samen de zaak kunt rechtzetten. Voor het gesprek kan de vertrouwenspersoon u ook ondersteunen, door het goed voor te bespreken of door mee te gaan. Lees ook dit verhaal.

Ik ben ontevreden over de gezinsmanager/jeugdbeschermer. Wat kan ik doen?

Het kan zijn dat u niet goed kunt opschieten met de gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Bespreek dit dan eerst met de betreffende hulpverlener zelf. Komt u er met hem of haar niet uit, dan kunt u een klachtgesprek aanvragen met de leidinggevende van de betreffende medewerker. Dit gesprek kunt u aanvragen door het formuleren van een klachtbrief gericht aan de leidinggevende. In deze brief geeft u aan waar u ontevreden over bent en wat u graag zou willen bereiken met het gesprek. Tijdens dit gesprek kunt u verder uitleggen wat u niet prettig vindt en hoe u het liever zou willen. Vraag ook altijd om een gespreksverslag waarin gemaakte afspraken worden genoteerd.

Als u in deze fase geen vertrouwen meer heeft in de betreffende gezinsmanager/jeugdhulpverlener, kunt u bij de leidinggevende het verzoek indienen om een andere hulpverlener te krijgen. Geef altijd een onderbouwing voor dit verzoek. Een verzoek indienen betekent niet dat u automatisch een andere hulpverlener krijgt, maar wel dat er serieus naar uw aanvraag gekeken moet worden. Als u dat wilt kan de vertrouwenspersoon u advies geven over en/of ondersteunen bij het verwoorden en bespreekbaar maken van uw klachten. De vertrouwenspersoon kan met u meegaan naar klachtgesprekken en let erop dat ze goed naar u luisteren en antwoord geven op eventuele vragen die u hebt. Heeft ook het gesprek met de leidinggevende niets opgelost en blijft uw onvrede bestaan? Dan kunt u met uw klachten terecht bij de onafhankelijke klachtencommissie. De contactgegevens van de klachtencommissie kunt u vinden op de website van de instelling en anders opvragen bij de instelling zelf. Ook bij de route naar de klachtencommissie kan de vertrouwenspersoon u informatie en advies geven en, indien nodig, ondersteuning bieden.

Ik ben het niet eens met het verleningsbesluit van de gemeente. Wat kan ik doen?

De gemeente geeft het verleningsbesluit af. Zo’n verleningsbesluit heeft u nodig, omdat u daarmee naar een jeugdhulporganisatie kunt die u kan helpen met de problemen in uw gezin. Als u het niet eens bent met het verleningsbesluit, kunt u daartegen bezwaar maken bij burgemeester en wethouders (B&W) in uw gemeente. Wordt het bezwaar verworpen, dan kunt u daartegen in beroep gaan bij de kinderrechter. De vertrouwenspersoon kan u informeren en adviseren over de mogelijkheden van bezwaar en/of beroep, en u daar zo nodig bij ondersteunen.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij betekenen?

Als ouder bent u afhankelijk van de instelling die u helpt bij de opvoeding. Daardoor wordt het lastiger om bijvoorbeeld zaken te bespreken waarover u niet tevreden bent. De mening van de medewerkers van de instelling over u is belangrijk. Dus als u kritiek hebt of een andere mening, kan het moeilijk voor u zijn om dat aan de medewerkers te laten weten. Terwijl het juist zo belangrijk is dat de instelling ook uw kijk op de zaken hoort.

De vertrouwenspersoon is er om u te helpen. Als er dingen die niet goed lopen in de hulpverlening, kunt u de vertrouwenspersoon inschakelen. Als u wilt dat er dingen veranderen, dan kan de vertrouwenspersoon u adviseren over de stappen die u daarvoor kunt zetten en u daarbij ook helpen. Van hulp bij brieven of e-mails schrijven tot ondersteuning bij klachtgesprekken. Ook geeft de vertrouwenspersoon u uitleg over uw rechten en plichten.

Ik wil een andere gezinsvoogd/jeugdhulpverlener. Kan dat?

Het kan zijn dat je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Bespreek dit eerst met de gezinsvoogd of jeugdhulpverlener zelf. Heb je dit al gedaan, lukt het niet of vind je het spannend om alleen te doen, dan kan een vertrouwenspersoon je hierbij helpen. Samen kunnen jullie dan een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener. Vaak is er dan ook een leidinggevende bij. Meestal schrijf je dan eerst samen een brief. Daarin leg je uit wat je lastig of vervelend vindt aan de samenwerking met je gezinsvoogd of jeugdhulpverlener. Die brief stuur je naar de gezinsvoogd of de instelling.

Daarna ga je meestal praten met elkaar. Je kan dit gesprek alleen doen, maar als jij dat wilt is de vertrouwenspersoon er ook bij. Jij mag vertellen wat je niet prettig vindt en hoe je het eigenlijk zou willen. De vertrouwenspersoon helpt je en let erop dat ze goed naar je luisteren. Als de leidinggevende ook bij dit gesprek aanwezig is, kan je aan hem/haar vragen of je een andere gezinsvoogd of jeugdhulpverlener kunt krijgen. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en helpt je erbij.

Ik wil ergens anders wonen (andere groep/naar huis/bij andere ouder). Wat kan ik doen?

Als je ergens anders wilt wonen, is het allereerst belangrijk dat je dat zegt. Het is niet zo dat zo’n beslissing zomaar wordt genomen. Vertel daarom aan de groepsleiding of je (pleeg)ouders waarom je ergens anders wilt wonen. Er zijn redenen waarom je nu op deze plek bent. Er zijn ook redenen waarom je weg wilt. Misschien zijn er dingen veranderd. Bij jou, in de instelling of nog iets anders. Praat erover, dan weten ze ervan. Als je er niet uitkomt, mag je altijd contact zoeken met een vertrouwenspersoon. Die kan je helpen om duidelijk te maken wat jij vindt en kan, als jij dat wilt, met jou meegaan om dit bespreekbaar te maken.

Als de rechter heeft besloten dat je ergens anders moet wonen (je hebt dan een machtiging uithuisplaatsing), dan kan de instelling waar je woont bepalen dat het niet meer nodig is om uithuisgeplaatst te zijn en dat je bijvoorbeeld weer thuis kan gaan wonen. Als de instelling dat niet bepaalt en je bent 12 jaar of ouder, dan kan je dit zelf aan de rechter vragen. Je kan de rechter dan een brief schrijven.

Hoe ouder jij bent, hoe meer de kinderrechter rekening moet houden met jouw mening. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en kan je daarbij helpen. Verblijf je in een instelling voor gesloten jeugdhulp (omdat de rechter een machtiging voor verblijf in een gesloten instelling heeft afgegeven), dan blijf je daar tot de machtiging af loopt. Als de instelling waar je verblijft het niet meer nodig vindt dat je daar blijft, dan kunnen zij de machtiging schorsen. Je gaat ergens anders wonen (thuis of in een open instelling). Is het daarna toch weer nodig dat je terug moet naar de instelling, dan kunnen zij de schorsing intrekken.

Ik wil mijn vader/moeder zien, maar dat mag niet. Wat kan ik doen?

Als je 12 jaar of ouder bent mag je zelf meedenken. Je mag dus zeggen dat je je vader of moeder weer wilt zien. Het is belangrijk dat je dat zegt tegen jouw ouders en/of de mensen van de instelling. Je hebt recht op omgang met je ouders, maar er kunnen best redenen zijn waarom het niet mocht. Je mag altijd vragen of dat nog steeds zo is. Je ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd, afspraken maken over wanneer je welke ouder ziet. Dat heet een omgangsregeling.

De rechter kan ook een omgangsregeling maken. Je ouders, maar ook jijzelf kan aan de rechter vragen om een omgangsregeling te maken of te veranderen. Dit doe je door een brief te schrijven aan de rechter. De vertrouwenspersoon kan je helpen om te kijken wat er mogelijk is in jouw geval. Dus neem contact op; wij zijn er om jou te helpen.

Met wie mogen ze informatie over mij delen?

De groepsleiding en andere jeugdhulpverleners moeten regelmatig aan de jeugdbeschermer en aan de kinderrechter laten weten hoe het met je gaat. Als je onder toezicht staat, mag er met de jeugdbeschermer informatie gedeeld worden die belangrijk is voor deze ondertoezichtstelling (OTS). Voordat ze informatie over jou geven, moeten ze dit eerst met jou bespreken. Dit geldt ook als de groepsleiding met je jeugdbeschermer of met je ouders over jou wil overleggen.

Als je zestien jaar of ouder bent, kan de instelling alleen informatie over jou delen met je ouders als jij dat goed vindt. Ben je jonger dan zestien jaar en wil je dat je ouders bepaalde informatie over jou niet te horen krijgen? Overleg hierover dan met je gedragswetenschapper.

Heb ik recht op verlof?

Als je in een instelling verblijft voor gesloten jeugdzorg, dan heb je geen algemeen recht op verlof. Het moet passen in je behandeling. Het kan dus gebeuren dat een andere jongere in je groep eerder of langer op verlof mag dan jij. Maar uiteindelijk gaat bijna iedere jongere op verlof. In de meeste instellingen moet je het wel verdienen door te laten zien dat het goed gaat.

Gaat het goed dan mag je een keer kort begeleid op verlof. Gaat het een paar keer goed, dan mag je misschien alleen op pad. Ben je een hele dag thuis geweest en is dat goed gegaan, dan mag je een volgende keer misschien een nachtje blijven slapen. De afspraken over je verlof staan in je behandelplan, hulpverleningsplan of in een apart verlofplan. Weet je niet wat er geregeld is over jouw verlof? Dan kan je jouw behandelplan of verlofplan opvragen. Als je het niet eens bent met jouw verlofregeling, dan kan je dit bespreken met de gedragswetenschapper.

Krijg ik zakgeld/kleedgeld?

In (bijna) alle instellingen krijg je zakgeld. Hoeveel je krijgt, hangt meestal af van de groep waar je in zit en van je leeftijd. De wet geeft hier geen regels over. Op de website van het NIBUD staat meer over de hoogte van het zakgeld. Iedere instelling heeft haar eigen regels. Vraag er naar bij de groepsleiding. De groepsleiding mag je niet ‘straffen’ door je zakgeld in te houden, bijvoorbeeld omdat je je niet aan de huisregels hebt gehouden. Ze mogen je zakgeld wel inhouden als je schade moet vergoeden omdat je iets vernield hebt. Als je bijvoorbeeld een rookmelder kapot hebt gemaakt. De instellingen vragen aan je ouders/verzorgers of zij voor kleedgeld willen zorgen. Als dat niet lukt, kijkt de instelling samen met jou naar een oplossing.

Mogen ze me vastpakken?

Als je op een open groep woont, dan mag de groepsleiding je niet vastpakken en vasthouden (fysiek ingrijpen). Er is een uitzondering op deze regel. Als het echt nodig is om direct in te grijpen. Bijvoorbeeld situaties waarin je zo ‘uit je dak gaat’ dat je gevaarlijk bent voor jezelf, voor andere jongeren of voor de groepsleiding.

Mogen ze zomaar op mijn kamer komen?

Alleen als er een hele goede reden voor is, mag de groepsleiding op je kamer komen om deze of een kast te controleren. Bijvoorbeeld als de instelling denkt dat je wapens of drugs op je kamer bewaart. De controle van je kamer of je kast mag alleen gebeuren als je er zelf bij bent.

Ik ben het niet eens met een beperkende/controlerende maatregel. Wat kan ik doen?

Ben je het niet eens met een beperkende of controlerende maatregel, dan kan je dit bespreken met de groepsleiding of je mentor, maar ook met de teamleider of je gedragswetenschapper. Je kan dan bespreken waarom je het er niet mee eens bent en meer uitleg krijgen over waarom ze hiervoor gekozen hebben.

Daarnaast kan je hierover een klacht indienen bij de klachtencommissie. Dit kan je doen nadat je er bijvoorbeeld met je gedragswetenschappen over hebt gesproken en je het er nog steeds niet mee eens bent. Je mag ook meteen een klacht indienen bij de klachtencommissie. Wil je dat de klachtencommissie ermee aan de slag gaat, dan moet je je klacht op papier zetten en bij hen inleveren. De groepsleiding kan je daarbij helpen.

Heb je liever hulp van iemand van buiten de instelling, dan kan de vertrouwenspersoon vragen je te helpen. Zij of hij kan je je helpen om je klacht op papier te zetten en kan met jou meegaan naar het klachtgesprek of een klachtzitting bij de klachtencommissie.

Een instelling mag trouwens alleen een beperkende of controlerende maatregel opleggen als die in je behandel-/hulpverleningsplan staat (of als er een noodsituatie is). Ook al staat de beperkende maatregel in je behandel-/hulpverleningsplan, dan nog mogen ze die alleen opleggen als het echt niet anders kan. Bijvoorbeeld omdat het onveilig is voor jou of voor anderen op de groep.

Ik word 18 jaar. Wat gaat er gebeuren?

Als je achttien jaar wordt, ben je volgens de wet meerderjarig. Je moet dan dingen zelf regelen, zoals een ziektekostenverzekering. Woon je in een instelling, dan kan je je mentor of je gezinsvoogd vragen je te helpen met de dingen die je moet regelen als je 18 wordt. Ook zijn er websites ( en is er een app (kwikstart app) waar je meer informatie kan vinden voor na je 18e.

Als je 18 wordt kan je nog steeds recht op jeugdhulp hebben. Als je al vóór je achttiende jaar jeugdhulp krijgt, kan de jeugdhulp doorlopen en dus ook het wonen in een groep. Belangrijk is dat je deze hulp nog nodig hebt en dat je het ermee eens bent. Lees hier meer over wat er allemaal verandert als je 18 wordt. Of download de pdf.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor mij doen?

De vertrouwenspersoon is er om jou te helpen. Bijvoorbeeld als je het ergens niet mee eens bent. Of als je vindt dat ze niet naar je luisteren. Als je (weer) contact wilt met je ouder(s). Of juist niet. De vertrouwenspersoon is er speciaal voor jou als jongere. Om je informatie en advies te geven, te ondersteunen en naar je te luisteren. Hij of zij kan je ook helpen bij naar klachtgesprekken met de instelling of anderen.

Je hoeft niet bang te zijn dat de vertrouwenspersoon met jouw verhaal naar de groepsleiding of naar je ouders gaat. Dat mag alleen als je hem of haar iets vertelt dat gevaarlijk is voor jou of de mensen om je heen. En de vertrouwenspersoon bespreekt dit altijd eerst met jou. Er gebeurt niets buiten jou om. Bovendien, de vertrouwenspersoon is onafhankelijk, dus hij of zij werkt niet voor de instelling. Iedere instelling moet er ook voor zorgen dat je terecht kunt bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Meestal komt de vertrouwenspersoon op vaste tijden op de groep. Je mag de vertrouwenspersoon ook altijd bellen voor het maken van een afspraak.

Ze luisteren niet naar me. Wat kan ik doen?

Het is heel vervelend als je het gevoel hebt dat ze niet naar je luisteren. Daarom is het belangrijk om zoiets snel op te lossen. Je kunt natuurlijk nog een keer tegen de groepsleiding zeggen dat je wilt dat ze echt naar je luisteren en daar de tijd voor nemen. Maar je mag ook altijd hulp vragen van een vertrouwenspersoon. Samen zoeken we dan uit wat er aan de hand is. En vooral hoe je iets aan de situatie kunt veranderen. Want alleen als je goed met elkaar praat en naar elkaar luistert, kan er echt iets veranderen. En wij zijn er om jou te helpen.

Ik word uit huis geplaatst. Wat betekent dat?

Soms is het nodig om je uit je gezinssituatie te halen. Omdat die bijvoorbeeld onveilig is, het niet goed gaat met jou, of omdat je ouders niet goed voor je kunnen zorgen. Als jouw ouders (en misschien jijzelf ook wel) het ermee eens zijn dat je even ergens anders gaat wonen, dan noem je dit een vrijwillige plaatsing. Als je niet vrijwillig uit huis geplaatst wordt, heeft de kinderrechter daar een besluit over genomen. Op basis van de adviezen van mensen die met jou en je familie hebben gepraat.

Als je 12 jaar of ouder bent zal de kinderrechter ook naar jouw mening luisteren. Uithuisplaatsing gebeurt omdat het beter voor je is op dat moment en je krijgt hulp om ervoor te zorgen dat het beter gaat. Je ouder(s) krijgen ook hulp, want als het kan moet het gezin weer bij elkaar kunnen komen. Als je uit huis geplaatst wordt, betekent dit dat je of naar een groep gaat, of naar je andere ouder of naar een (netwerk)pleeggezin.

Ik krijg een (gezins)voogd/jeugdbeschermer. Wat betekent dat?

Als het niet goed gaat thuis, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Dat gebeurt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming die eerst onderzoek doet naar de situatie bij jou thuis. Als je ouders/opvoeders niet goed voor je zorgen, kan de kinderrechter dus besluiten dat een gezinsvoogd moet komen helpen. Je gezinsvoogd houdt in de gaten of het goed met je gaat. Of je genoeg eten krijgt, genoeg kleren hebt. Of je naar school gaat, hulp krijgt als je ziek bent en niet geslagen wordt door je ouders. Maar ook of jij je goed voelt in je werk, hobby’s en sport.

Een gezinsvoogd praat met jou en luistert naar je. De gezinsvoogd hoeft niet precies te doen wat jij wilt, maar hij of zij moet dat wel goed aan je uitleggen. Als je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd, dan kun je dit bespreken met hem of haar, of om een gesprek met iemand van de gezinsvoogdij-instelling vragen. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je daarbij helpen.

Ik word in een gesloten instelling geplaatst. Wat betekent dat?

Zo’n plaatsing is bedoeld om jou te helpen. Het is geen straf. Je krijgt hulp in een gesloten omgeving omdat de kinderrechter vindt dat dit nu de beste oplossing voor je is. Het is dus uiteindelijk de kinderrechter die de beslissing neemt, dit wordt een beschikking gesloten machtiging genoemd. In deze beschikking staat hoe lang je in een gesloten instelling moet blijven. Dit kan 3 of 6 maanden zijn, maar nooit langer dan een jaar. Na afloop van de machtiging kan de kinderrechter opnieuw beslissen over je plaatsing. De instelling mag dus niet zelf beslissen dat je langer moet blijven. De instelling kan wel beslissen dat je eerder weg mag als het goed gaat; je machtiging wordt dan geschorst. Gaat het dan, als je ergens anders bent, toch niet zo goed, dan kan je weer terug naar de gesloten instelling.

Als je in een gesloten instelling wordt geplaatst, krijg je daar een behandeling. Je leert hoe je je leven beter kunt inrichten en hoe je beter met jezelf en met anderen kunt omgaan (sociale vaardigheden). Je verblijf is zo kort mogelijk en zo lang als nodig. Je familie wordt erbij betrokken. De behandeling die jij krijgt staat in jouw hulpverleningsplan. Dit plan mag jij altijd inzien. Je gaat in zo’n instelling ook naar school. Veel instellingen hebben op hun eigen terrein een school. Zo niet, dan ga je naar een school in de buurt.

Ik ben het niet eens met mijn plaatsing. Wat kan ik doen?

Soms is het nodig om je uit de gezinssituatie te halen. Omdat die bijvoorbeeld onveilig is. Als je het niet eens bent met waar je geplaatst bent, kan je dit bespreken met jouw jeugdhulpverlener. Geef daarbij goed aan waarom je het er niet mee eens bent en wat je dan wel zou willen. Een vertrouwenspersoon kan jou hierbij helpen. Je gezinsvoogd/jeugdbeschermer kan beslissen om de uithuisplaatsing te stoppen, dus je kan het hem of haar vragen.

Wil je gezinsvoogd/jeugdbeschermer je uithuisplaatsing niet stoppen en ben je 12 jaar of ouder dan kan je zelf de kinderrechter vragen om de uithuisplaatsing te stoppen. Je kan de rechter hierover een brief schrijven. Ben je het niet eens met een gesloten plaatsing? Dan heb je het recht om samen met je advocaat in hoger beroep te gaan tegen je plaatsing. Dit betekent dat een andere ‘hogere’ rechter opnieuw kijkt of de plaatsing wel echt nodig is. Vraag een vertrouwenspersoon om advies als je er niet uitkomt.