Ik krijg een (gezins)voogd/jeugdbeschermer. Wat betekent dat?

Als het niet goed gaat thuis, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Dat gebeurt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming die eerst onderzoek doet naar de situatie bij jou thuis. Als je ouders/opvoeders niet goed voor je zorgen, kan de kinderrechter dus besluiten dat een gezinsvoogd moet komen helpen. Je gezinsvoogd houdt in de gaten of het goed met je gaat. Of je genoeg eten krijgt, genoeg kleren hebt. Of je naar school gaat, hulp krijgt als je ziek bent en niet geslagen wordt door je ouders. Maar ook of jij je goed voelt in je werk, hobby’s en sport.

Een gezinsvoogd praat met jou en luistert naar je. De gezinsvoogd hoeft niet precies te doen wat jij wilt, maar hij of zij moet dat wel goed aan je uitleggen. Als je niet goed kunt opschieten met je gezinsvoogd, dan kun je dit bespreken met hem of haar, of om een gesprek met iemand van de gezinsvoogdij-instelling vragen. De vertrouwenspersoon van het AKJ kan je daarbij helpen.

Terug naar alle vragen