Ik wil ergens anders wonen (andere groep/naar huis/bij andere ouder). Wat kan ik doen?

Als je ergens anders wilt wonen, is het allereerst belangrijk dat je dat zegt. Het is niet zo dat zo’n beslissing zomaar wordt genomen. Vertel daarom aan de groepsleiding of je (pleeg)ouders waarom je ergens anders wilt wonen. Er zijn redenen waarom je nu op deze plek bent. Er zijn ook redenen waarom je weg wilt. Misschien zijn er dingen veranderd. Bij jou, in de instelling of nog iets anders. Praat erover, dan weten ze ervan. Als je er niet uitkomt, mag je altijd contact zoeken met een vertrouwenspersoon. Die kan je helpen om duidelijk te maken wat jij vindt en kan, als jij dat wilt, met jou meegaan om dit bespreekbaar te maken.

Als de rechter heeft besloten dat je ergens anders moet wonen (je hebt dan een machtiging uithuisplaatsing), dan kan de instelling waar je woont bepalen dat het niet meer nodig is om uithuisgeplaatst te zijn en dat je bijvoorbeeld weer thuis kan gaan wonen. Als de instelling dat niet bepaalt en je bent 12 jaar of ouder, dan kan je dit zelf aan de rechter vragen. Je kan de rechter dan een brief schrijven.

Hoe ouder jij bent, hoe meer de kinderrechter rekening moet houden met jouw mening. De vertrouwenspersoon kan je uitleggen hoe dit moet en kan je daarbij helpen. Verblijf je in een instelling voor gesloten jeugdhulp (omdat de rechter een machtiging voor verblijf in een gesloten instelling heeft afgegeven), dan blijf je daar tot de machtiging af loopt. Als de instelling waar je verblijft het niet meer nodig vindt dat je daar blijft, dan kunnen zij de machtiging schorsen. Je gaat ergens anders wonen (thuis of in een open instelling). Is het daarna toch weer nodig dat je terug moet naar de instelling, dan kunnen zij de schorsing intrekken.

Terug naar alle vragen