“Wat kinderen met mij bespreken is nooit gezeur’’

Eefje werkt sinds 2016 als vertrouwenspersoon in Gelderland. Zij bezoekt een aantal open en gesloten residentiële groepen én is vaste vertrouwenspersoon voor 30 gezinshuizen in Gelderland. Ze vertelt uitgebreid over haar werk aan AKJ-collega Mirjam.

Wat houdt jouw werk als vertrouwenspersoon in?
“Als vertrouwenspersoon ondersteun ik kinderen en jongeren bij vragen, problemen of klachten in de jeugdhulp. Ik bied hen een luisterend oor en help met het bespreekbaar maken van onderwerpen die ze zelf niet durven aan te kaarten. Of waarbij ze geen gehoor krijgen als ze het zelf bespreken. Ik vind het belangrijk dat kinderen niet met problemen in hun hoofd blijven rondlopen. Ik ga dan bijvoorbeeld samen met het kind in gesprek met de gezinshuisouder en laat het kind zoveel mogelijk zelf het woord doen. Zo hoop ik dat kinderen ervaren dat ze het eigenlijk best zelf kunnen.’’

Wat maakt jouw werk bijzonder?
“Ik vind het vertrouwenswerk een hele mooie functie omdat je kinderen leert voor zichzelf op te komen. Dat is mijn doel. Ik laat ze inzien dat hun stem gehoord mag worden. Dat kan heel praktisch: ik vul bijvoorbeeld aan als een kind niet alles op tafel gooit waarvan ze bij voorbaat zei het te willen bespreken. Soms bespreek ik het gesprek alleen met het kind voor, waarna hij het gesprek uiteindelijk alleen voert. En persoonlijk vind ik het inspirerend om op zoveel verschillende plekken te komen, om kennis te maken met gezinsouders en te zien hoe zij het werk allemaal op hun eigen manier vormgeven.”

Hoe benader je een kind?
“Als vertrouwenspersoon heb ik geen inhoudelijke kennis van het dossier, maar ga ik uit van het verhaal van het kind. Vanuit mijn rol is het niet relevant om te weten welke problematiek het kind heeft. Vaak is het wel fijn als gezinshuisouders aangeven hoe ik het beste contact kan maken met een kind, aangezien zij het kind goed kennen en weten wat het kind prettig vindt en wat niet. Denk bijvoorbeeld aan: ‘niet te direct aanspreken, maar op de trampoline is een prettige plek om te praten’, of: ‘deze jongen heeft een moeilijke dag, kun je daar rekening mee houden?’”

Geef je een terugkoppeling aan de gezinshuisouders, bijvoorbeeld als het kind boos of verdrietig is als je weggaat?
“Wanneer ik iets mag zeggen van het kind daarover, dan wel. Als het kind geen toestemming geeft, kan ik als vertrouwenspersoon geen terugkoppeling geven, tenzij er sprake is van onveiligheid of de meldcode. Dat is soms wel lastig. Het is belangrijk om bij de kennismaking met de gezinshuisouders te bespreken wat precies onze vertrouwelijkheid inhoudt.’’

Hoe houd je contact?
“Ieder gezinshuis bezoek ik minimaal vier keer per jaar. Zo probeer ik een vast gezicht te zijn voor de kinderen én de gezinshuisouders. Soms geven gezinshuisouders bij het maken van een afspraak vooraf aan dat kinderen geen behoefte hebben aan een gesprek met de vertrouwenspersoon. Maar mijn doel is niet dat ik altijd een gesprekje heb, of een klacht of probleem wil behandelen. Ik ben er ook gewoon om mijn gezicht te laten zien en zo te werken aan de bekendheid van mij als persoon en mijn functie. Zodat de kinderen weten wie de vertrouwenspersoon is, voor als ze mij wél een keer nodig hebben.”

Welke problemen, vragen en klachten bespreken kinderen in gezinshuizen met je?
“Vaak gaan de gesprekken over hun biologische ouders. Ze missen hun ouders en willen hen graag vaker zien. Meestal heeft het kind dit al met de gezinshuisouders of jeugdbeschermer besproken. Maar het gemis, de wens om je ouders vaker te willen zien, de wens ‘normaal’ te willen zijn, blijft altijd. Dus willen kinderen met mij delen dat ze niet blij met de afspraak zijn. Dat kan en mag ook in gesprek met de vertrouwenspersoon: ik vind het belangrijk dat kinderen zich kunnen en durven uiten.”

“Daarnaast praten kinderen met mij over regels in het gezinshuis die ze ‘stom’ vinden, of over huisgenoten waar ze last van hebben. Gesprekken gaan ook vaak over contact met of beslissingen van de jeugdbeschermer of voogd. Ook gezinshuisouders roepen soms mijn hulp in, wanneer ze merken dat de samenwerking met een voogd niet lekker loopt.”

Welke dilemma’s kom je tegen in je werk met kinderen?
“Bij de meeste gezinshuizen ben ik van harte welkom, maar er zijn ook gezinshuisouders die weerstand hebben tegen de verplichte bezoeken door een vertrouwenspersoon. Ik merk dan dat ik zelf minder op mijn gemak ben, wat het lastiger maakt om mijn werk goed te doen. Kinderen zijn heel gevoelig, ze pikken mijn spanning zo op en ze voelen natuurlijk ook de weerstand van gezinshuisouders. Het maakt de drempel om iets met de vertrouwenspersoon te bespreken hoger en dat is jammer.”

Hoe werk je samen met gezinshuisouders?
“De basisrelatie is het allerbelangrijkst. Daarin investeer ik door kennis te maken en de samenwerkingsafspraken vast te leggen. Het is een goed idee om de samenwerking af en toe te evalueren. Om uit te wisselen wat er goed gaat en wat er beter kan.

Over het algemeen geldt: hoe langer ik als vertrouwenspersoon bij een gezinshuis of groep betrokken ben, hoe beter de samenwerking gaat. Het is dan wel een must dat de vertrouwenspersoon zich op zijn of haar gemak voelt, maar dat geldt zeker ook andersom: de gezinshuisouders moeten zich ook comfortabel voelen bij de vertrouwenspersoon. Op die manier is de drempel voor de kinderen het laagst om in gesprek te gaan, daarmee maken we samen het bezoek zo normaal en prettig mogelijk.’’

Heeft u na het lezen van dit artikel vragen over het vertrouwenswerk van het AKJ? Of bent u benieuwd wat het AKJ voor uw gezinshuis(kinderen) kan betekenen? Neem dan contact op via tel. 088- 555 1000 of kijk op www.akj.nl.

Dit artikel is geschreven voor Present 24×7 

Terug naar nieuwsoverzicht