Zorgen over wijzigingen in tuchtrecht

Een klacht in behandeling laten nemen door het tuchtrecht? Het wordt steeds moeilijker voor jeugdzorgcliënten door wijzigingen in het tuchtrecht. Dit vinden wij, als AKJ -vertrouwenspersonen in de jeugdhulp, een zorgelijke ontwikkeling. Zeker omdat dit de enige vorm is van een onafhankelijke toetsing van klachten over het handelen van jeugdprofessionals met een bindende uitspraak.

Als AKJ begrijpen we dat de werkdruk bij jeugdhulpprofessionals hoog is en dat het tuchtrecht (emotionele) druk legt op hulpverleners. Ook voor cliënten is een tuchtzaak belastend. De formele setting is bovendien spanningsvol voor beide partijen. Mogelijk levert de huidige tuchtrechtelijke procedure daarnaast onvoldoende leereffect op. Wij vinden ook dat er verbeteringen nodig zijn. Echter, bij de nu voorgenomen wijzigingen in het tuchtrecht vragen we ons af of de stem en de positie van de jeugdzorgcliënt voldoende gewaarborgd blijven. En of de problemen die gesignaleerd worden in de huidige vorm van tuchtrecht hiermee opgelost worden. Wij vinden dat er kritisch gekeken moet worden naar de effectiviteit en de efficiëntie van het tuchtrecht, maar wel in relatie tot het volledige systeem van klachtbehandeling.

Het AKJ ziet de volgende ontwikkelingen:

  1. Reeds ingevoerde wijzigingen in het tuchtrecht

Het tuchtcollege heeft sinds de invoering van het huidige tuchtreglement (versie 1.5), meer mogelijkheden gekregen om klagers niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor wordt de mogelijkheid om een onafhankelijke toets door het tuchtcollege te laten uitvoeren beperkt. Voorbeelden zijn:

  • Als jeugdigen of hun (pleeg)ouders de klacht al bespreekbaar hebben gemaakt bij een andere klachtinstantie, zoals een klachtencommissie, kunnen zij daarna vaak niet meer terecht bij het tuchtcollege. Het gevolg hiervan is dat klagers zich gedwongen voelen om direct de zwaarste tuchtrechtelijke route te nemen.
  • Ongeacht de aard en ernst van de klachten kunnen jeugdzorgcliënten maximaal vijf klachten indienen.
  1. Plannen voor commissie i.p.v. tuchtrechtelijke procedure

Na een pilot van Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) wordt zeer waarschijnlijk begin oktober weer een nieuw reglement met een nieuwe procedure ingevoerd. In de nieuwe procedure wordt besloten of een Commissie van Consultatie (CvC) óf het tuchtcollege een klacht behandelt – de klager heeft daarop geen invloed en kan niet tegen dat besluit in beroep. SKJ verwacht dat daarna nog maar een klein aantal zaken (ongeveer een kwart[1]) jaarlijks bij het tuchtcollege terecht komen en de meeste klachten in de CvC behandeld zullen worden. Dit levert de volgende problemen op:

  • De CvC spreekt de klager en beklaagde los van elkaar. De jeugdzorgcliënt en de professional kunnen elkaars verhaal dus niet horen, niet op elkaar reageren of hun eigen verhaal verduidelijken.
  • Verder volgt door de CvC geen uitspraak, maar is het resultaat een overzicht van bevindingen en niet-bindende afspraken met de jeugdhulpprofessional. Er wordt niet gewaarborgd dat de professional daadwerkelijk een verbetertraject volgt of dat de aanbevolen trajecten invloed hebben op de beroepsregistratie van de professional.
  • Als de jeugdprofessional niets met de adviezen van de CvC doet, dan lijkt SKJ binnen de CvC geen middel te hebben om hiertegen op te treden.
  • Een klacht kan na behandeling van de CvC alleen bij hoge uitzondering nog door het tuchtcollege worden behandeld.

Als reden voor de wijzigingen wordt onder meer de (werk)druk bij professionals genoemd. De werkdruk in de sector is ook hoog en een tuchtprocedure kan zeker belastend zijn. Echter, het lastiger maken van het aangaan van een tuchtprocedure maakt niet dat er minder fouten worden gemaakt, en neemt de onvrede bij jeugdzorgcliënten en hun wens dit te laten beoordelen niet weg.

Belang van onafhankelijke toetsing

Onderzoeksinstituut Nivel heeft met het rapportEvaluatie 5 jaar tuchtrecht in de jeugdzorg” aanbevelingen gedaan om het tuchtrecht te verbeteren. Deze aanbevelingen lijken nu vertaald te zijn naar een aantal ontwikkelingen die het lastiger maken om klachten over jeugdhulpprofessionals te laten toetsen. Dit roept vragen op, omdat het rapport benadrukt dat de drempel voor cliënten om tuchtrechtelijke stappen te nemen verlaagd zou moeten worden. Zoals bijvoorbeeld door het actiever aanbieden van ondersteuning bij het formuleren van een klacht, zodat klachten vaker in aanmerking komen voor behandeling.

Het is belangrijk dat er een systeem blijft bestaan van onafhankelijke toetsing door beroepsgenoten en juristen. Jeugdzorgcliënten moeten de mogelijkheid houden om dit orgaan te vragen om het handelen van een professional te beoordelen. Daarnaast heeft de beroepsgroep zelf, die al jaren kampt met een afbrokkelend vertrouwen, hier ook belang bij: onafhankelijke toetsing van het handelen kan bijdragen aan het opbouwen van vertrouwen en aan de kwaliteit van de jeugdhulpverlening.

Op dit moment biedt alleen het tuchtrecht die mogelijkheid. In het klachtrecht verloopt de toetsing anders en zijn uitspraken niet per definitie bindend. Het lijkt alsof de doorgevoerde en op handen zijnde wijzigingen de toegang tot het tuchtrecht voor cliënten beperken. Daarmee komt de enige onafhankelijke vorm van toetsing van het handelen van individuele jeugdprofessionals aan de professionele standaarden, in het geding.

Kwaliteit verhogen door individueel en collectief leereffect

Verder doet Nivel de aanbeveling om meer te doen aan het leereffect van tuchtrechtelijke uitspraken. Het tuchtrecht is immers bedoeld om professioneel handelen aan te scherpen en indien nodig te corrigeren, zodat de kwaliteit van zorg en hulp verbetert. De invoering van de CvC zou hiervoor een oplossing moeten bieden. Echter, zonder een manier om zicht te houden op de individuele aanbevelingen voor jeugdprofessionals, kan het leereffect niet worden gewaarborgd. Ook biedt de CvC geen leereffect voor de beroepsgroep als geheel; niemand zal kunnen leren van de fouten van een ander.

Het is daarom niet helder of de reeds ingevoerde en op handen zijnde wijzigingen daadwerkelijk bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van zorg en hulp. Terwijl dit het gemeenschappelijke doel is waar iedereen zich achter wil scharen: professionals, jeugdhulporganisaties, beleidsmakers, bestuurders en niet in het minst de cliënten zelf.

 Onnodige procedures voorkomen

Echter, wij zien ook dat er meer klachten bij het tuchtcollege terecht komen dan nodig is. Enerzijds gaat dit om klachten waar in een eerder stadium geen oplossing voor is gekomen. Om dit te voorkomen, moeten de informele en formele klachtbehandeling bij de instanties verbeterd worden. Hiervoor heeft het AKJ aanbevelingen gedaan in het onderzoeksrapportHelp, een klacht!”.

Daarnaast komt het voor dat er klachten worden ingediend over kleine fouten. Hiervoor is een tuchtprocedure een te zwaar middel. In beide situaties kan ondersteuning uitkomst bieden. Onze vertrouwenspersonen hebben een grote rol in het voorkomen van onnodige procedures bij klachten.

Samen met de cliënten onderzoeken wij wat ze willen bereiken en welke procedure daar het meest geschikt voor is. De insteek is om het probleem zo laagdrempelig mogelijk, bij de bron, aan te kaarten. Daarom bieden wij veruit de meeste ondersteuning bij gesprekken met medewerkers en/of leidinggevenden. Als het daar niet lukt om tot een oplossing te komen, wordt met de cliënt gekeken naar het indienen van een formele klacht of het voeren van een tuchtprocedure. Dat laatste is alleen aan de orde als er sprake is van een schending van de beroepscode.

 Meedenken over oplossingen

Als AKJ vragen we aandacht voor deze ontwikkelingen. Dat doen we vanuit onze verantwoordelijkheid om cliënten te ondersteunen én vanuit onze ambitie om bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp.

Wij zijn van mening dat onafhankelijke toetsing nodig is, omdat (1) jeugdzorgcliënten een onafhankelijk orgaan nodig hebben om handelen te laten toetsen en (2) de kwaliteit van de beroepsgroep gewaarborgd moet blijven. Tegelijkertijd zien we dat het huidige systeem fouten kent. Er worden namelijk procedures doorlopen die voorkomen hadden kunnen worden en het leereffect is onvoldoende. Beide systeemfouten worden volgens ons niet opgelost door de huidige ontwikkelingen. We denken graag mee over oplossingen waar zowel de cliënt als de jeugdsector baat bij hebben.

AKJ – vertrouwenspersonen in de jeugdhulp

Joliska Hellinga en Saskia Stern | 30 augustus 2022

[1] Zie het nieuwsbericht ‘Voortgang project ‘Vernieuwing tuchtrecht’: van leren tot nóg betere zorg’, 21 juli 2022.

Terug naar nieuwsoverzicht